De ziekte komt voor bij mensen met alle leeftijden, maar vaker bij mensen die ouder zijn dan 45. Bij een deel van de patiënten is de ziekte volledig te genezen.

Klachten

De klachten van Non-Hodgkin-lymfoom kunnen zeer verschillen van patiënt tot patiënt. Sommige patiënten hebben weinig klachten. Deze patiënten hebben dan alleen last van een opgezette lymfklier, in de hals, boven het sleutelbeen of onder de oksel, die pijnloos is en langzaam groter wordt. Andere patiënten krijgen wel klachten. Deze patiënten kunnen afhankelijk van de plaats van het Non-Hodgkin-lymfoom last krijgen van:

  • Maag- of buikpijn;
  • Huidafwijkingen;
  • Neus- en keelklachten;
  • Benauwdheid;
  • Verwardheid;
  • Onbegrepen ernstig gewichtsverlies;
  • Ernstig nachtzweten;
  • Onbegrepen koorts.

Oorzaak

De oorzaak van Non-Hodgkin-lymfoom is niet bekend. Wel staat vast dat bij alle vormen van deze kwaadaardige aandoening cellen zijn betrokken die afstammen van cellen die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem.

Onderzoek en diagnose

De diagnose Non-Hodgkin-lymfoom wordt gesteld door een stukje weefsel (biopt) uit de afwijkende lymfklier of uit een andere aangedane plek in het lichaam te nemen. Dit gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. Dit stukje weefsel wordt vervolgens onderzocht op afwijkende cellen.

Als vast staan dat u Non-Hodgkin-lymfoom heeft, wordt er verder onderzoek gedaan om vast te stellen waar in het lichaam de ziekte nog meer aanwezig is en in welk stadium de ziekte zich bevindt. Dit onderzoek wordt stadiëringsonderzoek genoemd. Het onderzoek bestaat onder andere uit:

  • Vragen stellen over uw ziektegeschiedenis (afnemen anamnese);
  • Lichamelijk onderzoek;
  • Bloedonderzoek;
  • Rontgenfoto van hart en longen;
  • CT-scan van hals, borst en buik;
  • Beenmergonderzoek.

Afhankelijk van de plaats van Non-Hodgkin-lymfoom krijgt u aanvullende onderzoeken. Op basis van deze onderzoeken wordt vastgesteld welk type (zeer agressief tot zeer mild) en welk soort Non-Hodgkin-lymfoom u heeft.

De behandeling

Om vast te stellen welke behandeling voor u het meest geschikt is, stelt de arts uw ‘risicoprofiel’ op. Dit profiel wordt bepaald door:

  • het stadium van de ziekte;
  • de grootte van het gebied waarin zich de aangedane lymfklieren bevinden (de lymfklierlokalisatie);
  • uw leeftijd en algemene conditie;
  • uw bloeduitslagen.

De behandeling van Non-Hodgkin-lymfoom bestaat meestal uit chemotherapie. Omdat er veel verschillende soorten Non-Hodgkin-lymfoom zijn, zijn er ook verschillende behandelvormen mogelijk. Bovendien kan de behandeling ook per patiënt verschillen. Uw behandelend arts vertelt u welke behandeling u krijgt en geeft u hier uitleg over.

Praktische informatie