‘Laparotomie’ is de medische term voor buikoperatie. Deze operatie kan om een aantal redenen nodig zijn:

  • om de baarmoeder te verwijderen (abdominale uterus extirpatie);
  • om één of beide eierstokken te verwijderen (voor een cyste of andere afwijking);
  • om verklevingen te verhelpen;
  • bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Voorbereiding
De voorbereidende onderzoeken zijn al poliklinisch gedaan. Tijdens uw intakegesprek krijgt u informatie over de wijze van verdoving (anesthesie). Voor de operatie ziet u de gynaecoloog die u opereert op de operatiekamer. Afhankelijk van het tijdstip van uw operatie, moet u vanaf 24.00 uur nuchter blijven, tenzij de anesthesist anders met u heeft afgesproken. Met nuchter wordt bedoeld niet meer eten, drinken en roken.

Voor de operatie
Van de verpleegkundige krijgt u eventueel de premedicatie, zoals afgesproken met de anesthesist. U krijgt voor de operatie een infuus in uw arm, dit gebeurt op de holding.

De gynaecoloog brengt tijdens de operatie vaak een katheter in de blaas. De katheter zorgt ervoor dat de urine gemakkelijk uit de blaas kan lopen.

Soms legt de gynaecoloog ook een wonddrain aan. Dit is een slangetje dat in de wond blijft zitten om het bloed uit het wondgebied af te voeren. Een of enkele dagen na de operatie wordt de drain verwijderd, mits de drain niet teveel heeft gelopen.

Na de operatie
U wordt naar de uitslaapkamer gebracht. Daar controleert men uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en pijnscore. Als alles in orde is en u goed wakker bent, wordt u door de verpleegkundige weer opgehaald en teruggebracht naar de verpleegafdeling. Hier controleren de verpleegkundigen regelmatig uw bloeddruk, hartslag, infuus en wordt er naar de wond gekeken.

Als u pijn heeft of misselijk bent, kunt u aan de verpleegkundige vragen u hier iets tegen te geven. Als u een ruggenprik heeft gehad, blijft het slangetje in de rug zitten en dat zorgt voor de pijnstilling. Het kan ook zijn dat u een pijnpompje heeft zodat u zelf de pijnstilling kan regelen. De anesthesist bespreekt met u wanneer deze verwijderd wordt.

‘s Avonds krijgt u een injectie met heparine in het bovenbeen om trombose te voorkomen.

De dagen na de operatie

1e dag (dag van de operatie zelf)

De verpleegkundige helpt u waar nodig. U mag naar eigen kunnen starten met mobiliseren. Indien u zich goed voelt, mag u uw eigen dieet aanhouden. De wondpleister wordt verwijderd.

2e dag

De verpleegkundige helpt u waar nodig met de verzorging. U mag douchen. Voor uw genezing is het goed als u op de afdeling af en toe een rondje loopt. Vandaag wordt de ruggenprik of pijnpomp verwijderd. Ook uw urinekatheter en infuus worden verwijderd.

3e dag

U mag zich vandaag douchen. De verpleegkundige helpt u als dit nodig is. De wond wordt gecontroleerd. Meestal mag u vandaag al met ontslag.

7e dag

Afhankelijk van de snede (horizontaal of verticaal) wordt er oplosbaar onderhuids gehecht of gebruikt men nietjes om de huid te sluiten. De agraves (nietjes) worden op dag 7 na de operatie bij de huisarts verwijderd.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen complicaties ontstaan. Het gebeurt niet vaak, maar het is belangrijk dat u ervan op de hoogte bent. Na een laparotomie kunnen de volgende complicaties ontstaan:

  • een ontsteking van de wond, waardoor een lelijk litteken kan ontstaan;
  • sterk bloedverlies tijdens de operatie, waardoor bloedtransfusie nodig is;
  • blaasontsteking, meestal als gevolg van de katheter;
  • trombose;
  • problemen met het uitplassen, u moet dan mogelijk opnieuw worden gekatheteriseerd;
  • na verloop van tijd kan er een wondbreuk ontstaan op de zwakke plek waar de operatie heeft plaatsgevonden. Zo’n breuk ontstaat soms wanneer er een te grote druk in de buikholte ontstaat, zoals bij zwaar tillen en persen.
  • heel zelden worden, tijdens de operatie, andere organen beschadigd.

Specialismen & afdelingen