De enkel-armindex is het verschil tussen de bloeddruk in de enkels en die in de armen. Om te bepalen of u last heeft van een vernauwing in een bloedvat. De meting wordt gedaan met behulp van een dopplerapparaat, een onderzoeksmethode waarbij gebruik wordt gemaakt van ultrageluid (geluid dat voor het menselijk oor niet waarneembaar is). Het onderzoek vindt plaats in rust en na inspanning.

Voorbereiding
Voor dit onderzoek is geen speciale voorbereiding noodzakelijk.

Dag van het onderzoek
Op de dag van het onderzoek neemt u plaats in de wachtruimte tegenover het Vaatlaboratorium, afdeling C 33. U wordt geroepen door de vaatlaborant.

Het onderzoek

Enkel-armindex in rust en/of teendrukmeting

  • In de onderzoekskamer doet u uw broek/rok, kousen en schoenen uit en gaat u op de onderzoekstafel liggen.
  • Vervolgens doet de laborant bloeddrukbanden om uw bovenarmen en om de benen ter hoogte van de enkels.
  • Er wordt gemeten op de huid boven de slagaders met een staafje dat verbonden is met gevoelige meetapparatuur. Hiermee wordt het geluid van uw slagaderen opgespoord en wordt de bloeddruk gemeten van uw armen en benen (en soms de tenen).
  • Bij een teendrukmeting wordt een bloeddrukbandje om de grote teen aangebracht, dat wordt opgeblazen.

Enkel-armindex na inspanning

  • Na de enkel-armindex in rust wordt u gevraagd om 5 minuten te lopen op de loopband. Terwijl u loopt, geeft u aan waar u pijn voelt.
  • Na het lopen wordt wederom de bloeddruk gemeten van uw armen en benen.

De enkel-armindex in rust en die na inspanning worden met elkaar vergeleken. Wanneer de bloeddrukken sterk verlaagd zijn, betekent dit dat u ergens een vernauwing in een slagader heeft.

Om uit te zoeken waar de vernauwing zit, moet verder onderzoek worden gedaan. Dit kunnen verschillende onderzoeken zijn.

TcpO2-onderzoek
Soms is een TcpO2-onderzoek nodig. Dit is een zuurstofdrukmeting van de huid. Hierbij wordt een sensor op de huid geplakt van het betreffende lichaamsdeel. Na circa 15 minuten stilliggen is de meting voltooid.

Uitslag
U krijgt de uitslag van het onderzoek of van de onderzoeken van uw behandelend specialist.

Vragen?
Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie, via telefoonnummer 020 – 755 7014.

Specialismen & afdelingen