Een suprapubische katheter is een katheter in de buik om de urine via die weg uit de blaas te laten aflopen. Een opgeblazen ballonnetje, aan de punt van de katheter, zorgt ervoor dat de katheter er niet uit kan vallen.

Dit vindt plaat op de behandelkamer van de polikliniek Urologie. Ter voorbereiding hoeft u niet veel te doen. U moet alleen de instructies van de arts opvolgen over het wel of niet staken van bepaalde bloedverdunners. Dit hangt af van het soort bloedverdunners dat u gebruikt. Het stoppen van de bloedverdunners kan variëren van 3 tot 7 dagen vóór de ingreep. U mag verder alles eten en drinken.

De behandeling
Op de afgesproken tijd meldt u zich op de polikliniek Urologie. De verpleegkundige roept u binnen naar de behandelkamer. Daar wordt u gevraagd uw onderlichaam te ontkleden. Daarna neemt u plaats op de behandeltafel (liggend). De verpleegkundige zal de blaas vullen met water. Met een echo wordt gecontroleerd of de blaas vol genoeg is om veilig de katheter in de blaas aan te prikken.

De arts komt erbij om deze ingreep uit te voeren. Eerst zal de buik met jodium gedesinfecteerd worden en daarna wordt op de plek waar de katheter ingebracht gaat worden met een injectie een verdoving ingebracht. Na een kleine snede (incisie) in de buikwand wordt de katheter door de blaaswand heen geprikt. Dat kan soms heel even pijnlijk zijn. De pijn trekt direct daarna weer weg. In sommige gevallen wordt nog één hechting in de incisie geplaatst. Afhankelijk van welke hechting gebruikt wordt, hoort u of deze na 1 of 2 weken verwijderd kan worden. Daarna wordt de wond afgedekt met een gaasje en krijgt u instructies over de verzorging hiervan. De ingreep is klaar en u kunt direct weer naar huis.

De materialen die nodig zijn voor de verzorging van de katheter, krijgt u in een doos mee naar huis. De gegevens van de leverancier die extra materialen kan gaan leveren, zit hierbij. U dient er zelf voor te zorgen om deze te bestellen.

Wisselen van de katheter
De katheter kan tussen de 8 en 12 weken blijven zitten. Wanneer de katheter er langer in moet blijven, wordt deze gewisseld en krijgt u een nieuwe katheter. De eerste keer dat de katheter moet worden gewisseld na het plaatsen, gebeurt dit op de polikliniek Urologie, zodat de verpleegkundige de wond ook kan inspecteren.

Het wisselen van de katheter na deze keer kan gebeuren door de:

  • verpleegkundige van de polikliniek Urologie;
  • huisarts;
  • verpleegkundige van de thuiszorg of wijkverpleegkundige;
  • verpleegkundige van de instelling waar u woont of tijdelijk verblijft.

Urinezak of kraantje
Aan de katheter kan een opvangzak of kraantje gekoppeld worden. Een opvangzak zorgt ervoor dat de urine continu kan aflopen; deze moet altijd lager hangen dan uw blaas voor een goede afloop. Een kraantje laat de urine aflopen bij aandrang of op vaste tijden. De verpleegkundige bespreekt met u wat voor u geschikt is.

Dagzak (beenzak)
Een dagzak kunt u overdag, onder de kleding, dragen en wordt met twee beenbanden op uw bovenbeen bevestigd. De dagzak wordt geleegd door het kraantje aan de onderkant open te zetten. Eén keer per week wisselt u de dagzak voor een nieuwe dagzak.

Nachtzak
Een nachtzak gebruikt u voor de nacht. Hierin kan meer urine worden opgevangen en een nachtzak heeft een langere slang dan de dagzak. De nachtzak wordt aan de dagzak gekoppeld en het kraantje van de dagzak wordt opengezet, zodat de urine vanuit de dagzak naar de nachtzak kan lopen.

’s Ochtends koppelt u de nachtzak los, leegt u de nachtzak door het kraantje aan de onderkant open te zetten en spoelt u de nachtzak met lauwwarm water door. De nachtzak verwisselt u één keer per week voor een nieuwe nachtzak.

U kunt de nachtzak aan de rand van het bed bevestigen met de bijgeleverde bedhaak, of in bed aan het voeteneind leggen.

Kraantje
De eerste week na het plaatsen van de katheter mag er nog geen kraantje op de katheter worden gezet, omdat u mogelijk nog wat kunt nabloeden. Volgens de instructies van de arts of verpleegkundige mag het kraantje na ongeveer een week wel op de katheter gezet worden. Met een kraantje aan de katheter leegt u zelf de blaas als u aandrang tot plassen heeft. Door het kraantje open te zetten, loopt de urine uit uw blaas. Wanneer de blaas 3 uur achter elkaar niet leeggemaakt is, dan moet u de blaas leegmaken.

Voor de nacht bevestigt u een nachtzak aan het kraantje en zet u het kraantje open.

Verzorging van de katheter
U kunt met de katheter douchen. Voor de dagelijkse verzorging is het belangrijk dat u iedere dag de insteekopening rondom de katheter wast met lauw water maar zonder zeep. Daarna droogt u de plek goed af. De eerste 2 weken is het prettig om rondom de insteekopening een droog (split)gaasje te doen. Zo kan bloed of wondvocht worden opgenomen.

Als blijkt dat er vocht uit blijft komen (in enkele gevallen kan dit voorkomen), kan het prettig zijn om voor langere tijd gaasjes te blijven gebruiken. Via de leverancier van uw overige kathetermaterialen kunt u extra gaasjes en pleister bestellen. Was uw handen voor en na het legen van de opvangzak en voor en na het verwisselen van de opvangzak.

Vochtinname
Voldoende drinken is belangrijk voor een goede doorstroming van de urine. Naast de gebruikelijke koffie, thee en melk dient u 1 tot 1,5 liter extra te drinken, zodat u in totaal 2 liter vocht per dag binnenkrijgt.

Bewegen
Met de katheter kunt u gewoon de activiteiten voortzetten die u gewend bent, zoals fietsen, autorijden, sporten en wandelen.

Mogelijke problemen

  • Na het inbrengen/wisselen van de katheter kunt u het gevoel hebben te moeten plassen doordat de blaas wat geïrriteerd is. Dit gevoel verdwijnt geleidelijk en is niet verontrustend.
  • Na het inbrengen/wisselen van de katheter kan er wat bloedverlies zijn, zowel langs de katheter als in de opvangzak. Hier hoeft u zich geen zorgen over te maken. Blijft u wel goed drinken.
  • Langs de katheter kan urine lekken. Dit wordt meestal veroorzaakt door blaaskrampen (ontstaan door een samenspel tussen blaas en katheter). Dit is niet verontrustend, maar kan wel ongemak geven.
  • Als er geen urine afloopt in de opvangzak, controleer dan of de opvangzak lager dan de blaas hangt, of er geen knik in de slang zit, waardoor de urine niet in de opvangzak kan lopen, en of u voldoende heeft gedronken (minimaal 2 liter per dag).
  • Indien de katheter eruit valt, moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis of met uw huisarts. Het is belangrijk dat binnen 2 uur een nieuwe katheter ingebracht wordt.

Wanneer contact opnemen?

  • Als u aanhoudende pijn heeft.
  • Als er gedurende 3-4 uur geen urine afloopt (controleer wel of er geen knik in de slang zit, de katheterzak niet te hoog hangt en u voldoende gedronken heeft).
  • Als u blijvende lekkage langs de katheter heeft.
  • Als u bloederige urine met of zonder stolsels heeft, die niet na 3 uur lichter van kleur is geworden ondanks extra drinken.
  • Bij koorts.

Voorkom onnodig gebruik van antibiotica
Er zitten altijd bacteriën in de urine als u een blaaskatheter heeft. Urinecontrole heeft daarom niet veel zin. Behandeling met antibiotica heeft alleen zin bij klachten zoals koorts. Als u problemen denkt te hebben, overleg dan met de verpleegkundige.

Bestellen van materiaal
De verpleegkundige verzorgt een machtiging voor MediReva. Thuis kunt u telefonisch (0800 – 020 1201) of via internet bij MediReva een vervolgbestelling doen.

Vragen en/of problemen
Bij problemen en/of vragen kunt u op werkdagen van 8.30-16.00 uur contact opnemen met de polikliniek Urologie (020 – 755 7038). Daarbuiten neemt u contact op met uw eigen huisarts. Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u contact opnemen met de huisartsenpost.

Specialismen & afdelingen