De bekkenbodemspieren vormen samen met het steunweefsel de bekkenbodem. Deze ondersteunt de baarmoeder, blaas en darmen en zorgt voor het afsluiten en openen van de plasbuis en de anus.

 

De spieren moeten krachtig zijn om de organen te steunen, druk op te vangen en plas en ontlasting op te houden. De bekkenbodem moet ontspannen om urine en ontlasting te laten passeren en om prettig te kunnen vrijen. Als de bekkenbodem niet goed werkt, kunnen er klachten ontstaan, zoals bijvoorbeeld moeite met windjes ophouden, verzakkingsklachten, urineverlies of te vaak naar het toilet moeten.

De kans op het krijgen van deze klachten is kleiner bij een gezond lichaamsgewicht, niet roken en het krijgen van kinderen op jongere leeftijd.

Voorkomende bekkenbodemklachten

  • Urineverlies tijdens inspanning.
  • Snel optredende aandrang om te plassen, die moeilijk te onderdrukken is, al of niet met urineverlies.
  • Moeite met ophouden van windjes of aandrang voor ontlasting.
  • Dreigend gevoel van verlies van ontlasting.
  • Zwaar of verzakt gevoel in de vagina of perineum.
  • Pijn bij vrijen.

Specialismen & afdelingen