Een keizersnede is een operatie waarbij het kind via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten. De baby wordt meestal binnen een kwartier na het begin van de operatie geboren. Daarna maakt de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand met hechtingen dicht.

Preoperatief spreekuur
Enige tijd voor de geplande operatiedatum wordt u opgeroepen voor het ‘preoperatief spreekuur’. Op dit spreekuur krijgt u informatie van de anesthesioloog over de narcose of verdoving die u tijdens de operatie krijgt. Een arts-assistent zal u lichamelijk onderzoeken. Ook spreekt u met een verpleegkundige die alvast een opnamegesprek met u heeft. U krijgt een informatiemap over uw verblijf in ons ziekenhuis. Het kan voorkomen dat de operatie zo kort van tevoren wordt gepland, dat u deze informatie pas op de dag van de opname krijgt.

Dag vóór de operatie
U belt na 14.00 uur naar de afdeling Verloskunde, 020 – 755 6648, hoe laat u de volgende dag aanwezig moet zijn op de afdeling.

U komt naar het laboratorium van het ziekenhuis om bloed te laten prikken.

Vanaf 24.00 uur voor de operatie mag u niet meer roken, alcohol/drugs gebruiken en geen kauwgom eten. U kunt de dag voor de operatie normaal eten en drinken zoals u gewend bent, tenzij andere afspraken zijn gemaakt met de specialist.

Dag van de operatie
De verpleegkundige verwelkomt u op de afdeling en bespreekt nog eens met u de verwachte gang van zaken en eventuele vragen die u nog heeft.

Als u voor 14.00 uur wordt geopereerd, mag u ‘s morgens niet eten. Als u na 14.00 uur wordt geopereerd mag u tot 8.00 uur een licht ontbijt (licht verteerbaar brood zonder boter met zoet beleg, geen vlees of melkproducten). Tot twee uur voor de ingreep kunt u nog een glas heldere drank drinken, zoals water, appelsap of een kopje thee (met suiker als u wilt).

De verpleegkundige controleert uw bloeddruk, polsslag en temperatuur. Ook wordt de hartslag van de baby gecontroleerd. U krijgt 2 tabletten paracetamol en u krijgt een operatiejasje aan.

Als u aan de beurt bent, brengt de verpleegkundige u op bed naar de operatiekamer. Uw partner mag meelopen tot de deur van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door de anesthesioloog en het operatieteam. U krijgt een infuus. Vervolgens krijgt u verdoving. Dit is over het algemeen een ruggenprik. Na de ruggenprik krijgt u een blaaskatheter. Uw partner en de verpleegkundige van de afdeling mogen nu ook de operatiekamer in. Uw partner zit op een krukje bij het hoofdeinde. Zo kunt u samen zijn tot uw kindje is geboren. Als u borstvoeding wilt geven, wordt u geholpen met aanleggen. U kunt voorzichtig wat proberen te drinken.

Om de pijn van de operatie te onderdrukken krijt u op vaste tijden paracetamol. Afhankelijk van hoe u de pijn ervaart, krijgt u naast paracetamol nog aanvullende medicijnen tegen de pijn. Vandaag blijft u nog in bed, de verpleegkundige of kraamverzorgende helpt u met de verzorging van uzelf en de baby. Het wiegje van de baby staat naast uw bed. U kunt de eerste kraamvisite ontvangen in overleg met de verpleegkundige of kraamverzorgende.

U krijgt ‘s avonds een injectie met medicijnen om trombose te voorkomen. Deze injectie krijgt u maximaal 5 dagen. Als u eerder naar huis gaat, stopt dit.

Eerste dag na de operatie
‘s Ochtends komt de laborant om bloed af te nemen. U mag vandaag drinken en eten naar behoefte. Van de verpleegkundige krijgt u medicijnen tegen de pijn. U wordt door de verpleegkundige of kraamverzorgende geholpen met de verzorging van uzelf en de baby. Vandaag mag u voor het eerst uit bed. U probeert met hulp van de verpleegkundige of kraamverzorgende ongeveer twee keer 10 minuten op te zijn. De pleister die op uw buikwond zit wordt door de verpleegkundige verwijderd. Als alles goed gaat, mag het infuus er vandaag uit. De blaaskatheter gaat er ook vandaag en anders morgen uit. Dan moet u weer naar het toilet of de po om te plassen.

Tweede dag na de operatie
Vandaag mag u wat meer uit bed. Als u wilt kunt u douchen. Vandaag en de dagen hierna blijft u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Als u zich goed voelt kunt u wat meer gaan eten.

De komende dagen zult u merken dat u zich steeds beter gaat voelen. U kunt en mag steeds meer zelf doen.

De eerste tijd na de operatie zult u nog wat vaginaal bloedverlies hebben. Dat is normaal. Misschien dat u alweer voor het eerst ontlasting heeft gehad. Als dit nog niet gebeurd is, krijgt u een tabletje om dit op te wekken. De hechtingen van de buikwond worden, als deze niet zelf oplosbaar zijn, voordat u naar huis gaat verwijderd.

Ontslag
Als alles goed gaat met u en de baby spreekt de gynaecoloog af wanneer u naar huis mag. Voordat u naar huis gaat, bespreekt de verpleegkundige met u de gang van zaken rondom het ontslag en de kraamzorg thuis. U krijgt een poliafspraak voor de controle mee naar huis.

Thuis
Thuis moet u de eerste weken nog rustig aan doen. Vermijd zwaar tillen en/of bukken. Dit zijn bewegingen waarbij u de bekkenbodemspieren of buikspieren flink aanspant. Het is normaal dat u de eerste tijd nog wat vaginaal bloedverlies heeft. Gebruik maandverband en geen tampons om dit op te vangen. Zolang u bloed verliest is het niet verstandig om te baden of te zwemmen. Tijdens de controle op de polikliniek zal anticonceptie worden besproken. U kunt thuis paracetamol blijven gebruiken als dat nodig is (maximaal 3000 mg per dag).

Uw kraambed thuis wordt begeleid door een verloskundige bij u uit de buurt. Dit wordt geregeld door het ziekenhuis. De kraamzorg moet u zelf regelen.

Als alles goed blijft gaan komt u na zes weken op de polikliniek voor controle. Mochten er voor die tijd problemen zijn dan kunt u contact opnemen met de afdeling Verloskunde, 020 – 755 6648. Met vragen en problemen kunt u ook bij uw verloskundige of huisarts terecht.

Ten slotte
Deze patiënteninformatie is gebaseerd op een gemiddeld herstel na de operatie. Het is mogelijk dat uw herstel anders verloopt

Specialismen & afdelingen