Een beroerte is vaak een heel ingrijpende gebeurtenis. Daarom willen wij u en uw familie zo goed mogelijk informeren. U hebt waarschijnlijk allerlei vragen en twijfels en bent bezorgd. Om u zo goed en duidelijk mogelijk te informeren over een beroerte is deze folder samengesteld. Uiteraard kunt u voor vragen ook terecht bij uw arts of zorgverlener
Wat is een beroerte en hoe ontstaat het?
Bij een beroerte krijgt een bepaald gebied van de hersenen opeens te weinig of geen zuurstof. Een beroerte komt meestal onverwacht. De oorzaak kan een herseninfarct of een hersenbloeding zijn.
Herseninfarct
Meestal gaat het bij een CVA om een herseninfarct. Dit is bij 80% van de patiënten. Bij een herseninfarct wordt een bloedvat afgesloten door een bloedstolsel of is een hersenbloedvaatje dichtgeslibd, bijvoorbeeld door slagaderverkalking. De hersenen krijgen daardoor te weinig zuurstof.
Hersenbloeding
Een hersenbloeding komt veel minder vaak voor dan een herseninfarct, bij ongeveer 20% van de patiënten. Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat in de hersenen of het bloedvat knapt open. Daardoor hoopt zich bloed op in de hersenen en worden hersencellen beschadigd.
Wat zijn mogelijke gevolgen van een beroerte?
De gevolgen van een beroerte verschillen van persoon tot persoon. De gevolgen zijn afhankelijk van:
- Het deel van de hersenen dat beschadigd is. Gaat het bijvoorbeeld om het deel waar de spraak wordt geregeld, of het deel dat het functioneren van een arm of been bepaald.
- Hoe groter het beschadigde deel dat verantwoordelijk is voor een bepaalde functie, hoe meer verschijnselen iemand er aan over houdt.
- De gezondheid, de conditie en de leeftijd van de patiënt.
De gevolgen van een beroerte kunnen onder andere zijn:
- Moeite met taal. Bij een taalstoornis (afasie) is spreken, begrijpen, schrijven en lezen in meer of mindere mate aangedaan. Iemand met een afasie begrijpt soms niet wat er tegen hem/haar gezegd wordt. Ook kan het zijn dat u alleen de trefwoorden opvangt en zelf het verband ertussen bedenkt. Vooral bij ingewikkelde zinnen levert dit misverstanden op. Soms zegt een afasiepatiënt een ander woord dan hij/zij bedoelt. Ook kunt u moeite hebben met het vinden van woorden en het maken van zinnen.
- Onduidelijk praten. Dit wordt veroorzaakt door een spraakstoornis (dysartrie). Bij een dysartrie werken de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en drinken onvoldoende. Mensen met een dysartrie zijn moeilijk te verstaan. Dit kan komen door het onduidelijk uitspreken van woorden/zinnen, een te zachte of te hese stem, eentonig of nasaal (door de neus) spreken. Het begrip van taal is hierbij over het algemeen goed.
- Slik /kauwproblemen. Vaak is er sprake van verlamming aan één kant van het gezicht, waardoor ook kauwen en slikken (tijdelijk) moeilijker gaat. Hierdoor kan speekselverlies optreden en geeft het eten en drinken problemen. Slikproblemen kunnen onder andere leiden tot onvoldoende voedselinname. Ook kunt u zich verslikken, waarbij voedsel in de longen terecht kan komen.
- Verlamming of krachtsverlies. Vaak kunt u aan één zijde van uw lichaam niet of niet goed bewegen.
- Ook is het mogelijk dat u problemen heeft met
- Evenwicht:
- Gevoelsveranderingen;
- Uitval van een deel van het gezichtsveld;
- Moeite met concentreren en herinneren;
- Vermoeidheid;
- Verandering van gedrag of karakter;
- Incontinentie;
- Problemen met de seksualiteit.
Opname in het ziekenhuis
Als u in Ziekenhuis Amstelland komt met verschijnselen die kunnen duiden op een beroerte, wordt een CT-scan gemaakt om te zien of u een herseninfarct of een hersenbloeding heeft gehad.
Hierna wordt u opgenomen op de Stroke-unit. Stroke is het Engelse wordt voor beroerte. De Stroke-unit is een apart gedeelte op de verpleegafdeling Kliniek Beneden West, voor mensen die recent de symptomen van een beroerte hebben gekregen. Op de Stroke-unit staan vier bedden. Zo nodig verbinden wij u met een monitor of aan een telemetrie. Met de monitor kunnen wij uw bloeddruk, pols, ademhaling en temperatuur nauwgezet bewaken. Als uw situatie medisch stabiel is, wordt u van de monitor afgekoppeld. Telemetrie is bedoeld om een eventuele hartritme afwijking te onderzoeken. Telemetrie is een kastje, dat in verbinding staat met de IC, zij kunnen het hart dan nog beter in de gaten houden. De neuroloog beslist welke manier er gebruikt wordt.
Een gespecialiseerd team stemt de werkzaamheden op elkaar af. De neuroloog onderzoekt de lichamelijke gevolgen, zoals verlammingsverschijnselen, problemen met slikken, praten of zien. Ook wordt onderzocht wat de oorzaak van de beroerte is en waar dit precies in de hersenen heeft plaatsgevonden. Op grond van de uitslagen worden de exacte diagnose en de behandeling bepaald.
Op de Stroke-unit wordt al gestart met revalidatie. Wanneer u na enkele dagen in een stabiele toestand bent, wordt u overgeplaatst naar een andere kamer op afdeling Kliniek Beneden West.
Bezoek, let op!
Het is belangrijk dat het bezoek altijd aan de verpleging vraagt of het aanbieden van eten en drinken veilig is. Na een beroerte kan het slikken moeilijk gaan en is de kans op ernstig verslikken aanwezig.
Kleding voor in het ziekenhuis
Kiest u voor gemakkelijke kleding zoals:
- Broeken zonder rits en knopen die met een hand omhoog getrokken kunnen worden (bijv. sportbroeken);
- T-shirts en polo’s die makkelijk aan en uit te trekken zijn en goed te wassen zijn;
- Speciale sokken. De afdeling adviseert voor patiënten die veel in bed liggen, speciale sportsokken van de Hema. De ‘running professional’ heeft een goede pasvorm en een badstof voet die behandeld is met tactel waardoor de wrijving in bed afneemt en er vrijwel geen kans op een hielblaar is;
- Kiest u voor schoenen in plaats van slippers om vallen te voorkomen.
Vuile kleding wordt door de verpleging onder in de kledingkast gelegd in een plastic zak. Deze kleding wordt door de familie gewassen.
Speciale rolstoel
De rolstoel wordt voor de patiënt aangepast door fysiotherapie voor een goed zithouding en veiligheid. Een tafeltje zorgt ervoor dat de arm niet naar beneden hangt en dik wordt.
Huidverzorging
Door het vele wassen wordt de huid droog en gevoelig. Kiest u voor een zeepvrije waslotion of badolie om mee te wassen in plaats van zeep. Dit is verkrijgbaar bij drogist en supermarkt.
Onderzoeken
De meest voorkomende onderzoeken na een beroerte zijn:
- Slikevaluatie/slikscreening;
- Bloedonderzoek;
- Hartfilmpje (ECG);
- CT-scan en/of MRI-scan van de hersenen;
- Duplex carotiden (onderzoek van de halsvaten.
Slikevaluatie/slikscreening
Als u op de verpleegafdeling bent opgenomen bekijkt de verpleegkundige of logopedist eerst of het slikken veilig is. Als het slikken niet goed gaat, wordt in overleg met de logopedist een voedingswijze afgesproken.
Bloedonderzoek
Vooral de eerste dagen neemt een laborant regelmatig bloed af voor onderzoek.
Elektrocardiogram (ECG)
De beroerte kan veroorzaakt zijn door een hartaandoening. Daarom wordt een hartfilmpje (ECG) gemaakt.
CT-scan en MRI-scan van de hersenen
Met een CT-scan wordt een fotografische dwarsdoorsnede van het hoofd gemaakt. Ook de MRI-scan is bedoeld om van buitenaf foto’s te maken van de hersenen.
Duplex carotiden (onderzoek van de halsvaten)
De duplex is een echo-onderzoek waarbij aan de hand van geluidsgolven kan worden gekeken of de bloeddoorstroming normaal is.
Soms is aanvullend onderzoek nodig dat hier niet beschreven staat, bijvoorbeeld een neuro-psychologisch onderzoek.
Behandeling
De behandeling na een beroerte is per patiënt verschillend. Enerzijds is de behandeling gericht op het voorkomen van een nieuwe beroerte of extra schade aan de hersenen. Daarvoor kunt u specifieke medicatie of voorlichting krijgen. Anderzijds is behandeling gericht op revalideren en het beperken van de gevolgen van de beroerte. U begint daarom tijdens de ziekenhuisopname al met revalideren, afgestemd op uw eigen mogelijkheden.
Vanzelfsprekend bespreekt de arts de behandeling met u. Ongeveer op de tweede of derde dag na opname heeft u samen met uw contactpersoon een gesprek met de (zaal)arts en de verpleegkundige om over de behandeling te praten.
Trombolyse
Bij patiënten die een herseninfarct hebben gehad kan een trombolyse toegepast zijn in een ander ziekenhuis. Bij trombolyse wordt door medicatie geprobeerd het stolsel in de bloedvaten op te lossen. Daardoor worden de negatieve gevolgen van de beroerte zo veel mogelijk beperkt. Let op! Deze behandeling is niet voor iedereen mogelijk!
Het behandelteam
Een groep van verschillende behandelaars en verzorgers behandelt u. Dit heet een multidisciplinair team. Het behandelteam overlegt en informeert elkaar over uw behandeling zodat alles zo goed mogelijk op elkaar afgestemd is. Het team bespreekt ook welke behandeling het beste voor u is.
Het behandelteam bestaat uit een neuroloog, zaalarts, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, diëtist, transferverpleegkundige, revalidatiearts van Reade, specialist ouderengeneeskunde en de verpleegkundige van de Stroke-unit.
Neuroloog
Op de Stroke-unit is de neuroloog uw behandelend arts.
Zaalarts (arts-assistent)
Op de afdeling is uw zaalarts het eerste aanspreekpunt voor alle medische informatie. Een gesprek met uw zaalarts is op afspraak altijd mogelijk. De zaalarts werkt onder directe leiding en toezicht van de neuroloog.
Verpleegkundigen
Het team van verpleegkundigen bestaat uit een leidinggevend verpleegkundige (teamleider), verpleegkundigen en specialistisch verpleegkundigen neurologie. De verpleegkundige coördineert de dagelijkse zorg en begeleiding. Zij is het eerste aanspreekpunt voor u en uw naasten en zal u en uw naasten ondersteunen bij het omgaan met de gevolgen van de beroerte. U kunt bij hen terecht met alle vragen die betrekking hebben op de beroerte en wat dit kan betekenen voor u. Als het nodig is verwijst zij u door naar de juiste arts, hulpverlener of instantie voor het meest passende advies. De vragen kunnen bijvoorbeeld gaan over de zichtbare en onzichtbare gevolgen van de beroerte, onderzoeken, behandeling, preventie, herstelmogelijkheden, de neurorevalidatie, huisvesting, dagbesteding, werk of hulpverlenende instanties die u thuis kunt inschakelen.
Fysiotherapeut
Na een beroerte kunt u problemen hebben met bewegen. De fysiotherapeut komt bij u om te kijken welke problemen u heeft en welke activiteiten u moeilijk kunt uitvoeren. U traint met hem/haar de activiteiten die moeilijk voor u zijn. Verder geeft de fysiotherapeut allerlei adviezen over (loop)hulpmiddelen en over uw houding in bed of in de (rol)stoel.
Ergotherapeut
Na een beroerte kan het zijn dat u in uw dagelijkse leven problemen ondervindt met het uitvoeren van praktische activiteiten. Bijvoorbeeld met uw persoonlijke verzorging, het uitvoeren van huishoudelijke activiteiten, uw werk of uw vrijetijdsbesteding.
Dit kan komen doordat u één lichaamszijde niet of niet goed kunt bewegen.
Het kan ook veroorzaakt worden doordat u onvoldoende kunt voelen, de ruimte om u heen niet goed kunt zien, of problemen in uw denkvermogen heeft. De ergotherapeut traint en observeert met u de activiteiten. Zo nodig krijgt u advies over (tijdelijke) hulpmiddelen of voorzieningen in de zorg.
Logopedist
Na een beroerte kunt u een taal-, spraak- of slikstoornis hebben. Als u deze problemen heeft, komt de logopedist bij u langs. De logopedist gaat gericht met u oefenen. Ook geeft hij/zij adviezen over het spreken en slikken aan u en uw familie of naasten.
Diëtist
Als u slikproblemen heeft, kan het zijn dat u bepaalde voeding niet veilig kunt slikken. Vooral als het dun vloeibaar is, zoals water. De voeding moet dan aangepast worden, u krijgt dan dik-vloeibare of gemalen voeding. De diëtist bekijkt of de voeding alle belangrijke voedingsstoffen heeft. Als u door slikproblemen te weinig eet en drinkt, krijgt u sondevoeding. Sondevoeding is een dunne, vloeibare voeding die via een slangetje (sonde) de maag inloopt. Aan de hand van uw leeftijd, lengte en gewicht wordt berekend wat voor u de juiste hoeveelheid en soort sondevoeding is, die u nodig heeft.
Transferverpleegkundige
Als u het ziekenhuis mag verlaten, maar u bent nog niet voldoende hersteld, dan kan kortdurende opname op de stroke-afdeling in een verzorgingshuis of professionele thuiszorg nodig zijn. De transferverpleegkundige zorgt voor de juiste indicatie (een besluit waarin staat welke zorg u nodig heeft en hoe lang) en geeft u informatie en advies over thuiszorgmogelijkheden. Zij ondersteunt u tijdens het traject bij het maken van de juiste keuze en het regelen van gepaste zorg. Ook voor het regelen van hulpmiddelen kunt u bij de transferverpleegkundige terecht.
Revalidatiearts van Reade
Eén van de revalidatieartsen is elke week aanwezig bij het overleg van het behandelteam in het ziekenhuis. Als dit nodig is, wordt de revalidatiearts om advies gevraagd om te beoordelen welk revalidatietraject voor u geschikt is.
Specialist ouderengeneeskunde
De specialist ouderengeneeskunde is een specialist van het verpleeghuis. Deze is elke week aanwezig bij het overleg van het behandelteam in het ziekenhuis. Dan wordt besproken of u na de ziekenhuisopname in aanmerking komt voor revalidatie in het Zonnehuis.
Ontslag uit het ziekenhuis
Als een medische behandeling in het ziekenhuis na een beroerte niet meer nodig is, gaat u met ontslag. Wij bespreken vooraf met u en uw naasten wat voor u de meest geschikte revalidatiemogelijkheid is. Dit is afhankelijk van uw conditie. Verder geven wij u enige leefregels mee om de kans op een nieuwe beroerte te verkleinen.
Revalidatie thuis of in een instelling
Er zijn vijf mogelijkheden om te revalideren:
- Naar huis, eventueel met therapie in de buurt;
- Naar huis, met poliklinische revalidatie in het ziekenhuis;
- Naar het revalidatiecentrum voor klinische revalidatie;
- Naar de stroke-revalidatie afdeling van het Zonnehuis;
- Naar het verpleeghuis.
Naar huis
In de thuissituatie gaat uw eigen huisarts met de eventuele behandeling door. Als dit nodig is kunt u thuiszorg en thuistherapie krijgen. Dit kan bestaan uit huishoudelijke hulp, (tijdelijke) hulpmiddelen, verpleging, fysiotherapie, logopedie of ergotherapie. Als u naar huis wordt ontslagen, krijgt u van de verpleging of arts een afspraak mee voor controle op de Polikliniek Neurologie.
Poliklinische revalidatie in Ziekenhuis Amstelland
Het kan zijn dat u na de behandeling in het ziekenhuis naar huis gaat, maar voor revalidatie op afspraak naar Ziekenhuis Amstelland komt. Dit heet poliklinische revalidatie.
Op de Polikliniek Revalidatie (een buiten- polikliniek van revalidatiecentrum Reade), werkt u samen met het behandelteam aan herstel. Hierin zitten verschillende therapeuten die u vaak al op de afdeling in het ziekenhuis hebben behandeld. Onder verantwoordelijkheid van één van de revalidatieartsen werkt u met de therapeuten om weer zo goed mogelijk te kunnen functioneren in het dagelijks leven. De revalidatie kan zich richten op: bewegen, mobiel zijn, zelfverzorging, huishouden, communicatie, werk, vrije tijd en verwerking. U krijgt iedere week de afspraken met de therapeuten thuisgestuurd via de Polikliniek Revalidatie. Regelmatig heeft u een afspraak met de revalidatiearts om uw voortgang en het revalidatieproces te bespreken.
Klinische revalidatie in het revalidatiecentrum
In sommige gevallen verblijft u na uw opname in het ziekenhuis tijdelijk in het revalidatiecentrum. Dit heeft klinische revalidatie.
In Amsterdam en Amstelveen wordt de klinische revalidatie verzorgd door revalidatiecentrum Reade. Het doel van de revalidatie is u te trainen uw dagelijks leven weer zo zelfstandig mogelijk op te pakken in zowel de thuis- als de werksituatie, eventueel met behulp van aanpassingen. Als u bent aangemeld voor het revalidatiecentrum, ontvangt u een informatiepakket.
Stroke-revalidatieafdeling van het Zonnehuis
Via Ziekenhuis Amstelland wordt de specifieke revalidatie na een beroerte verzorgd door de stroke-revalidatie in verpleeghuis het Zonnehuis.
De behandeling op deze afdeling is, net als bij het revalidatiecentrum, om weer zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Het belangrijkste verschil met het revalidatiecentrum is dat het tempo van de revalidatie aangepast is op uw conditie. Eén van de revalidatieartsen is adviseur in het Zonnehuis.
Verpleeghuis
Als terugkeer naar uw woonplek op langere termijn niet meer mogelijk is en er wel behoefte is aan intensieve zorg, vragen wij na overleg met u en uw naasten een blijvende verzorgingsplaats aan.
Het verloop van een beroerte
Vaak herstelt een deel van het aangetaste hersengebied zich na enige tijd weer. Dan zijn de klachten of verschijnselen van tijdelijke aard. In het begin is het niet goed te voorspellen welke verbeteringen op gaan treden. Dat blijkt pas na verloop van tijd. Bijna altijd betekent dit voor u en uw familie dat u blijvende problemen ondervindt.
De kans op herstel is groter als we zo vroeg mogelijk starten met behandelen. Daarom komen er meteen allerlei behandelaars aan uw bed. Ook op de lange termijn blijven verbeteringen mogelijk.
Tips en adviezen voor naasten
In veel gevallen ontstaan door een beroerte problemen met spreken, begrijpen of gedrag. Dat betekent grote en meestal blijvende veranderingen in het leven van naasten van een patiënt met een beroerte. Vraag gerust advies aan de verpleegkundige of andere zorgverleners.
Adviezen
Niet alle adviezen zijn op u van toepassing, de situatie is namelijk voor iedere patiënt anders.
Algemene adviezen
- Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
- Bespreek gerust uw problemen met deskundigen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een (huis)arts, verpleegkundige, fysiotherapeut, ergotherapeut of maatschappelijk werker.
Bezoek en communicatie
- De patiënt is snel vermoeid en heeft, afhankelijk van de gevolgen van een beroerte, veel te verwerken. Daarom ervaart hij/zij bezoek al snel als te druk. De patiënt klapt dan vaak dicht en valt soms stil. Beperk daarom het aantal bezoekers tot een of twee en beperk de duur van het bezoek.
- Het kan zeer vermoeiend zijn voor de patiënt om met meer personen tegelijkertijd te praten. het is eenvoudiger voor de patiënt om naar één persoon te luisteren.
- Leg een patiënt uit wat er met hem/haar gebeurt, ook al denkt u dat hij/zij het niet kan begrijpen (schrijf op wat er gebeurd is, zodat hij/zij dit terug kan lezen).
- Vertel de patiënt over de thuissituatie. Laat hem/haar meedenken en beslissingen nemen (als dat kan).
- Spreek op een natuurlijke manier met de patiënt. Zij herkent verschillen in de stem, bijvoorbeeld een kwade of gefrustreerde toon, maar herkent ook goedkeuring. Bevestiging geven is belangrijk.
- Laat een patiënt zien wat u van hem/haar verlangt als hij/zij het niet begrijpt.
Tijdsbesef
Door de hersenbeschadiging weet de patiënt soms niet meer automatisch hoe lang iets duurt, hoe lang hij/zij ergens is en welke dag of hoe laat het is.
- Help de patiënt bewust te maken van de tijd, hoe laat het is.
- Een kalender en een duidelijke zichtbare klok of wekker zijn hulpmiddelen.
Geheugen
Een patiënt weet zich vaak dingen van vroeger vrij goed te herinneren, maar kan nieuwe informatie niet altijd, of alleen gebrekkig, onthouden. Er zijn echter ook patiënten die zich bepaalde dingen van vroeger juist niet herinneren.
- Geef de patiënt informatie, ook al is dit een herhaling, in plaats van te controleren wat zij nog weet.
- Het onthouden van namen en woorden is voor sommige patiënten moeilijk. Dit hoort bij het ziektebeeld.
- Noem namen van bezoek. Verwacht echter niet dat alles kan worden onthouden.
Praten met een afasiepatiënt
- Het belangrijkste is dat u de patiënt de tijd geeft om op woorden te komen, geduld toont en niet voor de patiënt gaat spreken.
- Maak korte zinnen, spreek rustig en geef de patiënt de tijd.
- Maak gebruik van alle mogelijke hulpmiddelen, zoals gebaren en tekeningen.
Veranderingen in karakter en persoonlijkheid
Houdt u er rekening mee, dat een deel van de klachten niet zichtbaar is voor de hulpverleners. Het gaat dan vooral om psychologische veranderingen, zoals persoonlijkheids- of karakterveranderingen, maar ook een verminderde geheugenfunctie en verminderd begripsvermogen. Als familie of naaste kunt u dit misschien wel opmerken.
- Het is belangrijk om dit te vertellen aan de hulpverlener. Deze kan samen met u nagaan wat hiermee gedaan kan worden.
- De veranderingen in karakter en persoonlijkheid geven de partner en familie vaak het gevoel met een ‘vreemde’ te maken te hebben. Als u dit ervaart, aarzel dan niet om ondersteuning te vragen hoe u daar zo goed mogelijk mee kunt omgaan.
- Een deel van de patiënten zal ontkennen dat er iets met hem of haar aan de hand is. Anderen worden passief en doen weinig meer op eigen initiatief, of zijn niet meer in staat om structuur aan te brengen in hun leven. Verder hebben sommige patiënten last van onbeheerst lachen en huilen (‘dwanghuilen’ of ‘dwanglachen’). Probeer dit te accepteren en de patiënt hiervan af te leiden. Het kan zijn dat hij/zij zich schaamt voor het oncontroleerbare gedrag.
Overschatten van de eigen mogelijkheden
Sommige patiënten zijn zich als gevolg van een beroerte niet bewust van hun beperkingen of zien er de ernst niet van in. Ze proberen dingen te doen die ze niet kunnen. Dit kan onveilige situaties opleveren.
- Vraag aan de zorgverleners wat de mogelijkheden zijn.
- Probeer de patiënt van zijn/haar tekortkomingen te overtuigen, maar vertel haar ook wat hij/zij wel goed kan.
Problemen met de ruimtelijke waarneming
Iedereen heeft wel eens te maken met kleine foutjes in de ruimtelijke waarneming. U zet een kopje koffie net naast de tafel als u ondertussen de krant aan het lezen bent. Of u denkt dat er nog een trede van de trap komt terwijl u al op de grond staat. Een patiënt met een beroerte kan daar regelmatig last van hebben. Hij/zij verwart links en rechts of kan de afstand tot een bepaald voorwerp niet goed schatten. Soms kan hij/zij de krant niet lezen, omdat hij/zij steeds de plaats kwijt raakt waar hij/zij is gebleven.
- Attendeer hem/haar op duidelijke herkenningspunten.
- Gebruik mondelinge aanwijzingen als de patiënt uw gebaren niet begrijpt.
Verwaarlozing (neglect)
Neglect betekent dat een patiënt alle signalen die aan de verwaarloosde kant binnenkomen, niet goed herkent, of er niet op reageert. Dit geldt zowel voor geluiden, voor letters of zinnen tijdens het lezen, als voor voorwerpen. Soms lezen ze bijvoorbeeld alleen het rechter- of linkerdeel van een woord of een zin. Een patiënt met een beschadiging in de rechter hersenhelft leest het woord ‘tafel’ bijvoorbeeld als ‘fel’. Hij/zij tekent alleen de rechterkant van een kruis of een poppetje. Hij/zij negeert u, wanneer u vanaf de verlamde kant tegen hem/haar praat. Als u daarna omloopt naar de andere kant of recht voor de patiënt gaat staan, ervaart hij/zij het alsof u net gekomen bent. Tijdens het eten, eet de patiënt bijvoorbeeld alleen de ene helft van zijn/haar bord leeg. De ogen en oren zelf zijn niet beschadigd, maar de linkerkant bestaat in de beleving van de patiënt niet. Harder praten heeft dan ook geen zin.
- Wijs de patiënt steeds op allerlei dingen die aan de kant staan die hij/zij verwaarloost, want door het draaien van het hoofd ziet en hoort hij/zij dingen aan die kant wel.
- Benader de patiënt het liefst vanaf de aangedane zijde. Houd er rekening mee dat de patiënt geneigd is alleen naar degene te luisteren die aan de voor hem/haar niet aangedane zijde zit.
Steun
- Er is veel veranderd voor de patiënt, maar ook voor u als naaste. U moet als het ware uw leven opnieuw vorm geven. Vaak zegt een partner van een patiënt: “het is mijn man/vrouw niet meer, maar heel iemand anders.”
- Hulp of steun van mensen daarbij kan heel waardevol zijn. Wanneer mensen hulp aanbieden (huishouden, boodschappen doen, vervoer), sla dit dan niet direct af. Als het u teveel wordt, kan het prettig zijn uw hart te luchten bij een goede vriend of vriendin.
- Ook is professionele hulp mogelijk. U kunt met uw vragen en problemen terecht bij de verpleging. Maar ook buiten het ziekenhuis bij de huisarts, maatschappelijk werk, psycholoog of de thuiszorg.
U kunt ook in contact komen met lotgenoten. U vindt er herkenning en erkenning van uw situatie.
Lotgenoten contact
Lotgenotencontact is onder andere mogelijk via:
- De Nederlandse CVA-vereniging;
- Samen Verder;
- De Afasie Vereniging Nederland;
- Markant (centrum voor mantelzorg).
Meer informatie
Ook is er uitgebreide informatie te verkrijgen over het ziektebeeld bij:
- De Nederlandse Hartstichting;
- De Nederlandse hersenstichting;
- Stichting Afasie Nederland;
- Vereniging Cerebraal (Niet Aangeboren Hersenletsel).
Advies en ondersteuning
- Bureau MEE;
- Beroerte Adviescentrum Amsterdam;
- Centraal Indicatie Orgaan voor de Zorg (CIZ);
- Steunpunt Mantelzorg;
- Markant, Centrum voor Mantelzorg Amsterdam en Diemen.
Autorijden na een beroerte
Voor de meeste mensen die een beroerte hebben gehad geldt voor privé autorijden het volgende:
- Volgens de wet mag u de eerste 2 weken na de uitvalsverschijnselen niet autorijden.
- Na deze 2 weken beoordeelt de neuroloog of revalidatiearts of u nog geestelijke of lichamelijke schade heeft opgelopen waardoor u niet mag rijden.
- Zijn er na die 2 weken nog functiestoornissen, dan mag u 3 maanden niet rijden. Na deze 3 maanden bespreekt de neuroloog of revalidatiearts opnieuw uw situatie
Er gelden andere regels voor:
- Mensen die een hersenbloeding hebben gehad ten gevolge van vaatmisvorming, bijvoorbeeld een aneurysma. U mag dan 6 maanden niet autorijden. Voor de beoordeling op uw rijgeschiktheid is altijd een specialistisch rapport door een neuroloog vereist.
- Beroepschauffeurs
Wat moet u doen?
- Het is uw eigen verantwoordelijkheid om bij het CBR te melden dat u een beroerte heeft gehad.
- Het CBR bepaalt uw verdere vervolgtraject.
De regeling zoals hier beschreven kan veranderen. Raadpleeg daarom dan ook altijd de website van het CBR.