Op de röntgenafdeling krijgt u een nefrostomiekatheter (nefrodrain) of u heeft dit al gekregen. Dit is een slangetje dat via de huid direct in de nier komt te liggen. Het plaatsen van een nefrostomie katheter is nodig als de urine niet goed van de nier naar de blaas kan stromen. Dit noemen we obstructie. Een nefrostomiekatheter zorgt ervoor dat de urine direct uit de nier naar buiten afgevoerd kan worden.
De katheter wordt op zijn plaats gehouden in de nier doordat er aan het uiteinde van het slangetje een krul zit.
Verwisselen van de nefrostomiekatheter
Als u de katheter langer dan 10 weken moet houden, wordt deze, op de röntgenafdeling verwisseld voor een andere katheter. Dit kan eenvoudig plaatsvinden door het al reeds aanwezige kanaal.
Bloedverdunnende medicijnen
Als de ingreep niet met spoed wordt verricht, staakt u tijdelijk het gebruik van bloedverdunnende medicijnen (Sintrom, Marcoumar, Ascal) in overleg met uw uroloog.
Thuis met de nefrostomiekatheter
- De eerste dagen na het plaatsen kan de urine rood gekleurd zijn door kleine hoeveelheden bloed in de urine.
- Veel drinken, minstens 2 liter per dag. Dit is om de nier en de urinewegen goed te spoelen.
- Douchen is toegestaan maar probeer te voorkomen dat de pleister te nat wordt en los kan laten. Baden en zwemmen wordt daarom afgeraden.
- Bij dagelijks douchen en verwisselen van de pleister neemt de kans op irritatie en ontvelling van de huid toe.
- Bij lekkage langs de katheter moet eerst gekeken worden of er geen knik zit in de katheter of urineslang.
- Rondom de katheter kan reactief weefsel ontstaan (wild vlees). Dat geeft vaak wat extra afscheiding op het gaas.
- De katheter wordt in principe niet gespoeld als er urineproductie is.
- Ondanks dat de katheter goed wordt vastgemaakt kan deze uit de nier raken en eruit vallen. De katheter moet dan weer opnieuw ingebracht worden.
Aandachtspunten bij een nefrostomiekatheter
- Zorg ervoor dat de katheter niet gedraaid of geknikt zit.
- Zorg ervoor dat de slang van de opvangzak niet gedraaid of geknikt zit.
- Zorg ervoor dat de katheter niet op spanning komt te staan (teveel spanning op de katheter geeft risico dat de katheter uit de nier wordt getrokken).
- Zorg ervoor dat er niet aan de katheter wordt getrokken.
Verzorging van de nefrostomiekatheter
- Door een thuiszorgmedewerker of iemand in uw naaste omgeving die instructie heeft gehad.
- Zorg dat de katheter goed vast op de huid blijft zitten met een drain fixatiepleister.
- De fixatiepleister moet 1 x per week verwisseld worden.
- Plak de pleister vanuit de flank richting de onderbuik.
Wanneer deze recht naar beneden geplakt wordt kan er te veel spanning op de katheter komen bij zitten of bewegen en kan er een knik in de katheter ontstaan waardoor het afvloeien wordt belemmerd.
- De huid rondom de insteekopening wordt gereinigd met water. Zorg dat de huid rondom de insteekopening goed droog is voordat deze afplakt wordt.
- Tijdens de verschoning dient de insteekopening geïnspecteerd te worden op ontstekingsverschijnselen (roodheid, zwelling, warmte en wondvocht).
- Zorg dat, bij het verwijderen van de pleister, de katheter niet verschuift. Houd de katheter daarom met één hand vast zodat deze er niet per ongeluk uitgetrokken wordt.
- Neem een goede houding aan zodat u zich zoveel mogelijk kunt ontspannen (op de zij liggen met de knieën iets opgetrokken, op een kruk gaan zitten).
- Gebruik geen zalf of andere producten (tenzij uw arts die heeft voorgeschreven) op de insteekopening.
Urine opvangzak
- Aan de katheter wordt een opvangzak bevestigt om de urine op te vangen. Deze wordt met bandjes aan uw been vastgemaakt (dagzak).
- Er zit een kraantje onderaan waarmee u hem een aantal keer per dag leeg kunt laten lopen in het toilet.
- ’s Nachts kan er een nachtzak met grotere inhoud aan de dagzak verbonden worden.
- De dagzak moet 1 x per week verschoond worden, de nachtzak kunt u ‘s morgens leegmaken en doorspoelen met kraanwater.
U krijgt, van de verpleegkundige van de afdeling een startpakket mee naar huis.
Als de materialen bijna op zijn kunt u nieuwe materialen bestellen bij het bedrijf dat het startpakket heeft geleverd.
Wanneer neemt u contact op?
- Koorts 38,5° of hoger en/ of koude rillingen.
- Bij toenemende pijn in uw zij
- Er komt geen urine in de zak (terwijl er geen knik in de slang zit).
- Als de katheter naar buiten zakt of eruit valt.
- Wanneer urine langs de katheter lekt of als er een lek ontstaat bij het tussenstukje.
- De huid rond de insteekopening pijnlijk is in combinatie met toenemende roodheid.
Vragen en/of problemen
Bij problemen en/of vragen kunt u op werkdagen tussen 8.30 en 16.30 uur contact opnemen met de polikliniek Urologie via 020-7557038. ’s Avonds, ’s nachts en in het weekend kunt u contact opnemen met het centrale nummer van het ziekenhuis 020-7557000