Het onderzoek wordt uitgevoerd met zo min mogelijk röntgenstraling als nodig is voor kwalitatief goede opnamen. Uw behandelend arts en de radioloog wegen het nadeel van de röntgenstraling af tegen de informatie die het onderzoek kan opleveren.

Zwangerschap
Het is belangrijk om te weten of u zwanger bent of het zou kunnen zijn. Mocht u inderdaad in verwachting zijn of hierover twijfelen, verzoeken wij u contact op te nemen met uw behandelend arts. Deze kan in overleg met de radioloog beslissen of het onderzoek door kan gaan of uitgesteld moet worden, of hij zoekt eventueel een alternatief onderzoek. Indien achteraf blijkt dat u ten tijde van het onderzoek of de behandeling toch in verwachting was, wordt u verzocht contact op te nemen met de afdeling Radiologie voor informatie en uitleg.

Contrastmiddel (jodiumhoudend)
Bij diverse röntgenonderzoeken, zoals bij verschillende CT-scans, angiografie (bloedvatonderzoek van slagaders, hart of kransslagaders) of een behandeling van de bloedvaten (bijvoorbeeld dotteren) wordt via een infuus in een ader jodiumhoudend contrastmiddel toegediend. Dit wordt gedaan om nieren, blaas, bloedvaten en/of andere organen beter te kunnen beoordelen.

Jodiumhoudende contrastmiddelen zijn middelen waarbij zelden bijwerkingen worden gezien. Belangrijk is dat via bloedonderzoek wordt onderzocht of de werking van de nieren voldoende is om contrast toe te dienen. Zo nodig neemt uw behandelend arts maatregelen waardoor het onderzoek wel door kan gaan.

Het inspuiten van dit contrastmiddel geeft een warm gevoel door het hele lichaam, een vieze smaak in de mond en een gevoel dat u moet plassen. Deze verschijnselen kunnen per persoon wisselen in hevigheid en trekken snel weer weg.

In een klein aantal gevallen (minder dan 1%), komt een deel van de vloeistof buiten het bloedvat terecht. Dit heeft meestal geen ernstige gevolgen. Mocht dit zo zijn, dan krijgt u instructies mee hoe hiermee om te gaan.

Bij een klein aantal patiënten (minder dan 1%) treedt een allergische reactie op het contrastmiddel op, deze bestaat meestal uit niezen of het ontstaan van galbulten. In verreweg de meeste gevallen behoeft dit geen verdere behandeling.

Het team dat het onderzoek uitvoert, is gespecialiseerd in het voorkomen en behandelen van dergelijke problemen. Uit voorzorg wacht u, na het onderzoek, nog ongeveer 10 minuten in de wachtkamer, voordat het infuusslangetje verwijderd wordt.

Allergische reactie
Indien u bij een eerder onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel een ernstige allergische reactie heeft gekregen, verzoeken wij u dringend dit tevoren aan uw arts of de radiodiagnostisch laborant te melden. Eventueel kunnen voorzorgsmaatregelen worden genomen of kan gekozen worden voor een alternatief onderzoek.

Indien u allergisch bent voor jodium op de huid heeft dit geen verband met eventuele reacties op het contrastmiddel. Dit is dus geen bezwaar om contrastmiddel toe te dienen

Aandoening van de nieren
Als de werking van de nieren te ernstig gestoord is en het onderzoek toch moet plaatsvinden, krijgt u via een infuus vóór toediening van contrastmiddel extra vocht toegediend. Hiervoor wordt u kortdurend opgenomen in het ziekenhuis. Hierdoor wordt het contrastmiddel sneller uitgescheiden, zodat de nieren zo goed mogelijk beschermd worden tegen de schadelijke uitwerking van het contrastmiddel.

Borstvoeding
Een zeer klein deel van de contrastvloeistof kan in de moedermelk terechtkomen en door de baby worden gedronken. Deze hoeveelheid is echter zo klein dat er geen zorg hoeft te bestaan voor nadelige gevolgen voor de baby. Het is dan ook niet nodig om tijdelijk met de borstvoeding te stoppen.

Meer informatie
Als u meer informatie wenst over dit onderwerp of u heeft nog vragen over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met de specialist die u heeft verwezen of met de afdeling Radiologie.

 

Specialismen & afdelingen