U heeft binnenkort een operatie aan uw bijschildklier. In medische termen noemen we deze operatie ook wel een parathyreoidectomie.

Wat is een bijschildklier en wat doet een bijschildklier?

De bijschildklieren bevinden zich in de hals. Het zijn 4 kleine kliertjes die links en rechts achter de schildklier zitten. Ze zijn zo groot als een rijstkorrel. Sommige mensen hebben meer dan 4 bijschildklieren. Ook liggen ze niet bij iedereen op dezelfde plaats. Het komt voor dat een bijschildklier in de schildklier zelf zit, of achter het borstbeen. De bijschildklieren maken het bijschildklierhormoon, ook wel parathormoon (PTH) genoemd. Dit hormoon regelt dat we genoeg calcium (kalk) in ons lichaam hebben. Calcium is een belangrijk mineraal voor de botten, de tanden en de werking van het zenuwstelsel.

Waarom doen we een operatie?

Soms werken één of meerdere bijschildklieren te hard. Als een bijschildklier te snel werkt, ook wel hyperparathyreoidie genoemd, kunnen er klachten ontstaan zoals:

  • pijn in de botten
  • vermoeidheid
  • psychische klachten
  • buikklachten

Ook kan een te snelwerkende bijschildklier botontkalking en nierstenen veroorzaken. Al deze klachten ontstaan door een te hoog calciumgehalte in het bloed.
Genezing is vaak mogelijk door de te snel werkende bijschildklier(en) via een operatie te verwijderen.

De operatie

We onderscheiden twee soorten operaties:

  • De klassieke parathyreoidectomie. Hierbij maakt de chirurg, laag in de hals een horizontale snee. Daarna wordt de schildklier vrijgemaakt en omgeklapt. Vervolgens verwijdert de chirurg de aangedane bijschildklier of -klieren.
  • De minimaal invasieve parathyreoidectomie. Als duidelijk is waar de aangedane bijschildklier zich bevindt, kan voor deze methode gekozen worden. Vervolgens maakt de chirurg op die plek een snee van ongeveer 2-3 cm. Hierna zoekt de chirurg de bijschildklier op en verwijdert deze.

Uw arts bespreekt met u wat in uw geval het beste is. Een bijschildklieroperatie gebeurt onder algehele anesthesie (narcose) en duurt ongeveer 1 tot 2 uur.

Na de operatie

U spreekt met uw arts af of u in dagbehandeling wordt opgenomen of dat u 1 nacht moet blijven.

De pijn na de operatie valt over het algemeen mee en is te vergelijken met een keelontsteking. De pijn verdwijnt in een paar dagen. Daarnaast is er vaak een stijf gevoel in de nek. De wond geneest snel en meestal met een fraai litteken, dat vaak na verloop van tijd amper meer is te zien. De hechtingen hoeven meestal niet verwijderd te worden. De dag na de operatie mag u weer naar huis. Uw werk kunt u daarna snel weer hervatten. Ook na de operatie gaat u soms naar de KNO-arts om uw stembandfunctie te laten controleren, als daar een reden voor bestaat.

Complicaties

Zoals na elke operatie zijn ook na een operatie aan de bijschildklier complicaties niet helemaal uit te sluiten. Voorbeelden zijn een nabloeding of een wondinfectie. Verder zijn er complicaties die zich specifiek na een bijschildklieroperatie kunnen voordoen:

Beschadiging van de stembandzenuw
De stembandzenuwen lopen vlakbij de schildklier. Hierdoor kan het zijn dat deze zenuwen beschadigd raken, hoewel dit zelden voorkomt. U heeft dan een hese stem, wat meestal weer over gaat. In een enkel geval blijven de klachten bestaan. Hard praten of roepen is dan niet meer mogelijk.

Beschadiging van andere zenuwen en spieren
Behalve de stembandzenuwen kunnen ook andere zenuwen of de korte halsspieren beschadigd raken. Ook dit komt zelden voor. Het gevolg kan zijn dat uw stem na de operatie is veranderd.

Tekort aan bijschildklierhormonen
Het kan zijn dat er na de operatie een blijvend tekort is aan bijschildklierhormoon. Een blijvend tekort aan bijschildklierhormoon kan goed worden behandeld. De calciumtabletten en alfacalcidol moet u dan blijven innemen.

De bijschildklier blijft te hard werken
Dit kan zich voordoen als te weinig bijschildklierweefsel is weggehaald. Is dit het geval, dan wordt dit tijdens de operatie of vlak daarna duidelijk. Een nieuwe operatie kan dan soms nodig zijn.

Ontslag

Neem bij (een van) de volgende klachten contact op met het ziekenhuis:

  • roodheid en zwelling van de wond
  • temperatuur boven de 38,5 graden
  • nabloeding met zwelling van de hals
  • aanhoudende pijn ondanks de voorgeschreven pijnstillers
  • flauwvallen of het gevoel te gaan flauwvallen
  • als u niet binnen 8 uur na de operatie heeft geplast
  • tintelingen en spiertrekkingen

Met problemen buiten kantoortijden neemt u contact op met de spoedpost.

Leefregels na de operatie

Na ontslag uit het ziekenhuis kunt u nog enige tijd hinder ondervinden van het operatiegebied. In welke mate u hiervan hinder heeft is onder andere afhankelijk van:

  • de operatiemethode die bij u is toegepast
  • de grootte van de ingreep

Ook het weer oppakken van uw dagelijkse activiteiten zijn daar afhankelijk van.

Douchen en baden
U mag de eerste 2 weken niet zwemmen, naar de sauna gaan of langdurig baden.
Drooghouden van de wond zorgt dat de wond goed geneest. Ook kunt u beter geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maken de wond vochtig.

Fietsen en autorijden
Dit kan weer als u zich weer probleemloos kan bewegen. Vooral als u uw hoofd en uw hals

weer goed draaien. Maar alleen als u voor de operatie gewend was regelmatig te fietsen. Begin rustig en niet meteen in het drukke verkeer.
U kunt dan ook weer gaan autorijden. Begin met kleine stukjes in een rustige omgeving. Meestal kunt u na een week weer autorijden zoals u gewend was.

Medicijnen
Als u nog pijn heeft, mag u een pijnstiller innemen zoals paracetamol (maximaal 4 keer 2 tabletten paracetamol 500 mg verdeeld over de dag).

Voeding
U mag weer eten en drinken zoals u voor de operatie gewend was.

Sporten en andere lichamelijke/huishoudelijke activiteiten
Als u gewend was om te sporten kunt u dat meestal na een week langzaam weer oppakken. Begin met de dagelijkse dingen doen en wandelen. Zodra dit weer probleemloos gaat, kunt u weer rustig beginnen met joggen als u dat gewend was. Start op een vlakke, zachte ondergrond en draag goede sportschoenen die de schokken tijden het lopen opvangen. Voer de afstand en het tempo geleidelijk op. Let daarbij goed op hoe uw lichaam reageert. Zorg steeds dat u volledig hersteld bent voordat u opnieuw gaat joggen. Als u gewend was om te zwemmen of te fitnessen, kunt u dit weer rustig gaan uitproberen, zodra u het gevoel heeft dit weer te kunnen. Begin met ontspannen bewegen en bouw dit op naar het niveau van voor de operatie.

Werken
Meestal kunt u direct na ontslag uw werk weer hervatten. Zware lichamelijke arbeid (tillen) bouwt u langzaam op. Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling gevolgen heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw specialist of bedrijfsarts.

Vragen?

U kunt contact opnemen met de polikliniek chirurgie: 020-7557014 optie 3

Specialismen & afdelingen