Een streven binnen Ziekenhuis Amstelland is om ouders/verzorgers zoveel mogelijk te betrekken bij de zorg voor hun baby, om de ouder-kind relatie te bevorderen. Uw baby is nog niet in staat om zelf (voldoende) te drinken, maar voor de groei en ontwikkeling is het wel belangrijk dat uw baby de juiste hoeveelheid voedingstoffen binnenkrijgt. Uw baby heeft daarom (gedeeltelijk) voeding via een sonde nodig. Dit hoeft echter geen reden te zijn om uw baby in het ziekenhuis te houden. We bieden ouders de mogelijkheid zelfstandig voeding via een sonde te leren geven. Indien beide ouders/verzorgers de handeling willen leren, is het de bedoeling dat u beiden deze informatie leest en ook beiden laat zien dat u de handeling beheerst.
Hoe gaat voeding via een sonde
Een sonde is een dun flexibel slangetje dat via één van de neusgaten door de keelholte naar de maag loopt. Er zitten kleine gaatjes in het onderste deel van de sonde. Dit gedeelte ligt in de maag en via die gaatjes loopt de voeding vanuit het slangetje direct de maag in. Het uiteinde van de sonde wordt afgesloten met een dopje, zodat de voeding niet terug kan lopen de maag uit. Het inbrengen van de sonde mag alleen gedaan worden door een verpleegkundige of arts.
Tijdens opname
Gedurende de opname wordt aan u geleerd hoe u zelfstandig voeding via een sonde kunt geven door middel van een stappenplan. Het geven van voeding via een sonde is een risicovolle handeling. Risicovolle handelingen zijn handelingen die bij de uitvoering risico’s met zich mee brengen en waarbij er bij onbekwaam en onzorgvuldig handelen gezondheidsschade kan optreden. In deze informatiefolder leest u hoe als ouder/verzorger op de juiste wijze veilig voeding via een sonde kan toedienen.
U krijgt tijdens de opname ook een instructie over het geven van voeding via een sonde door de verpleegkundige, het wordt voorgedaan, u gaat het zelf doen onder begeleiding en uiteindelijk kan u de handeling zelfstandig uitvoeren. U maakt samen met de verpleegkundige afspraken over de oefen momenten.
Hoe zit het met aansprakelijkheid?
De wet BIG (beroepen in de individuele gezondheidszorg) laat het toe dat ouders/verzorgers risicovolle en voorbehouden handelingen uitvoeren. Zij worden niet verplicht deze handelingen uit te voeren, maar mogen dit doen indien zij dit zelf willen en een scholingstraject willen doorlopen. Dit maakt dat het ziekenhuis niet verantwoordelijk is voor uw handelen. Indien u een fout maakt en er schade ontstaat door het onjuist uitvoeren van de handeling, dan bent u daar zelf voor verantwoordelijk.
Als u zich na het doorlopen van het scholingstraject onzeker voelt over het uitvoeren van de handeling, dient u dit aan te geven bij de arts of verpleegkundige. Deze zal met u bespreken hoe het traject verder kan worden opgepakt.
Indien de arts of verpleegkundige vindt dat u tijdelijk geen voeding via de sonde kan geven, omdat de gezondheid van uw baby dit niet toelaat, of omdat uw persoonlijke situatie dit tijdelijk niet toelaat, zal de verpleegkundige het geven van de voeding via de sonde van u overnemen. Indien de arts of verpleegkundige deze inschatting maakt, verwachten wij uw begrip hiervoor.
Hoe geeft u de voeding via de sonde aan uw baby
Stap 1: voorbereiding
- Was uw handen met water en zeep
- Leg alle spullen klaar (spuit, verwarmde voeding of vers afgekolfde moedermelk)
- Controleer of de pleisters nog goed vast zitten en de sonde is gefixeerd
- Controleer visueel of de sonde nog op de juiste diepte zit
- Geef neus en/of mondverzorging
- Zorg dat uw baby niet te plat ligt
Stap 2: toediening
- Sluit de voedingsspuit aan op het uiteinde van de maagsonde
- Vul de spuit met (resterende) voeding
- Hevel de voeding rustig in. Hoe hoger u de spuit houdt hoe sneller de voeding inloopt
- Indien de voeding niet uit zichzelf gaat lopen, kan u met de stamper van de spuit minimale druk uitoefenen tot de voeding gaat lopen
- Zorg ervoor dat er niet aan de maagsonde wordt getrokken
- De voeding duurt ongeveer 20 minuten (bij een volledige voeding), neem hier de tijd voor en let gedurende de gehele voeding goed op de reactie van uw baby
- Het is belangrijk het mondgebied van uw baby te stimuleren tijdens de voeding voor o.a. de zuig/slik reflex. Dit kan door de handen van uw baby bij zijn of haar mondgebied te brengen en/of door het zuigen op een fopspeen
Stap 3: afsluiten
- Als de voeding volledig is ingelopen haalt u het spuitje van de sonde af
- De sonde wordt na afloop doorgespoten met 2ml lucht of water. Dit stemt u af met de verpleegkundige
- Indien uw baby veel perst of makkelijk voeding teruggeeft, houdt u de baby nog enkele tijd rechtop tegen uw borst
- In de thuissituatie: de spuit en stamper spoelt u na elke voeding om met koud water. De spuit en stamper kan u 24 uur gebruiken en bewaren in de koelkast
Wat als?
- U twijfels heeft: waarschuw de verpleegkundige of in de thuissituatie de thuiszorg
- Als de sonde minder dan 5 cm uit de neus komt dan mag u hem terugschuiven en weer goed vastplakken
- Indien de pleister loslaat: controleer visueel of de sonde nog op de juiste diepte zit. Plak de sonde extra of opnieuw af
- Indien u het vermoeden heeft dat de sonde niet op de juiste diepte zit: pH meting uitvoeren. Spuit de sonde door met 1 tot 2 ml lucht. Zuig met een 10 ml spuit enkele druppels maaginhoud via sonde op (als er geen vocht komt, legt u uw kind vijf minuten op de zij). Laat enkele druppels maaginhoud op de pH-strip vallen. Binnen 30 seconden geeft de pH-strip de pH-waarde door middel van een kleurcode aan. Een maaginhoud met een pH-waarde van 5,5 en lager (dus richting 1) is goed. U mag de voeding dan via de sonde geven. Bij een pH-waarde van 5,6 of hoger wacht u tien minuten en herhaalt u de handeling. Als de pH-waarde dan nog steeds 5,6 of hoger is, wacht u een uur. Als de pH-waarde na een uur nog steeds te hoog is, brengt u de thuiszorg hiervan op de hoogte.
- Als de sonde verstopt zit: Kijk of er een knik in de sonde zit of probeer de sonde met maximaal 5ml lauw water door te spuiten. Indien dit in de thuissituatie niet lukt waarschuwt u de thuiszorg
- Als uw kind veel moet slikken, kokhalst of spuugt: u stopt de sondevoeding door de spuit naar omlaag te brengen op de hoogte van de maag van de baby. Ook kan u met uw vinger de sonde afknijpen. De resterende voeding doet u terug in het flesje en u legt de baby in zijligging of zet het rechtop. Controleer visueel of de sonde nog op de juiste diepte zit en gefixeerd is. Als de baby weer bijgekomen is, kan u de resterende sondevoeding op een lage snelheid geven
- Als uw kind hoest, benauwd wordt of blauw aanloopt: Direct stoppen met de voeding en eventueel sonde verwijderen. Waarschuw de verpleegkundige of in de thuissituatie de thuiszorg
Indien uw kind geen voeding via de sonde meer nodig heeft kan u in overleg met de thuiszorg de sonde zelf verwijderen. U sluit de sonde af en maakt de pleisters los waarmee de sonde gefixeerd is. In een rustige vloeiende beweging verwijdert u de sonde in zijn geheel. Het kan zijn dat uw kind hierdoor moet niezen of een braakneiging krijgt. Dit is normaal. Indien u abnormale weerstand voelt bij het verwijderen: waarschuw de thuiszorg.
Wij begrijpen dat het geven van voeding via de sonde spannend kan zijn. Uit ervaringen weten wij dat het een handeling is die ouders veilig en goed kunnen aanleren en dat ouders het zelfstandig kunnen toedienen van voeding via een sonde als zeer positief ervaren.
Bijlage 1: toedienen sondevoeding aftekenlijst stappenplan
| Datum | Paraaf | Datum | Paraaf | Datum | Paraaf | ||||
| Informatie geven over het stappenplan.
|
VPK | ||||||||
| Ouders kijken mee en hebben informatiebrief begrepen.
|
Ouders/
verzorgers |
||||||||
| Ouders benoemen de risico’s en oplossingen.
|
Ouders/
verzorgers |
||||||||
| Ouders voeren handeling onder begeleiding uit. | Ouders/
verzorgers |
||||||||
| Ouders voeren handeling zelfstandig uit.
|
Ouders/
verzorgers |
||||||||
| Ouders bezitten de vaardigheden om deze handeling veilig en zorgvuldig uit te voeren
|
Ouders/
verzorgers |
||||||||
| Alleen indien van toepassing: ouders kunnen medicijnen toedienen
|
Ouders/
verzorgers |
||||||||
| Aandachtspunten m.b.t. uitleg/aftekenen:
● Handhygiëne toegepast ● Benodigdheden klaargelegd ● Mondverzorging en neusverzorging uitgevoerd ● Juiste houding ● Maagsonde gecontroleerd (inclusief pH meting) ● Voeding toegediend ● Juiste duur ● Wat te doen bij complicaties ● Verzorging na sondevoeding
|
|||||||||