U heeft uw heup gebroken. Een gebroken heup wordt ook wel collumfractuur of heupfractuur genoemd. Er is, in samenspraak met u, besloten om te opereren. In deze folder leest u meer over de operatie aan uw heup. De informatie is bedoeld als aanvulling op het gesprek dat u met de arts heeft gehad. Realiseert u zich dat voor u de situatie anders kan zijn dan hier is beschreven.

Een gebroken heup
Een gebroken heup ontstaat vaak na een val. De breuk zit in het bovenste gedeelte van het dijbeen. Het komt voor bij mensen van alle leeftijden. Omdat oudere mensen zwakkere botten hebben komt het vaker voor bij mensen van 65 jaar en ouder. Het herstel is afhankelijk van uw algemene gezondheid, maar over het algemeen kunt u de dag na de operatie alweer uit bed.

De operatie
Voor de operatie
Voordat er geopereerd kan worden, onderzoeken artsen en andere medewerkers op de Spoedeisende Hulp u. Zij nemen bloed af en maken röntgenfoto’s van uw heup en longen. Er wordt een hartfilmpje (ecg) gemaakt indien nodig. U krijgt medicijnen tegen de pijn.

De operatie is meestal binnen 48 uur na de botbreuk. Houd er rekening mee dat het altijd mogelijk is dat een operatie uitgesteld wordt door onvoorziene omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan een andere patiënt die spoedeisende hulp nodig heeft. Diegene krijgt om medische redenen altijd voorrang. Uiteraard stellen wij dan alles in het werk om u zo snel mogelijk te opereren.

De operatie is onder algehele verdoving (narcose) of via een ruggenprik. De anesthesioloog bespreekt met u de beide mogelijkheden.

Van de Spoedeisende Hulp wordt u via de Acute Opname Afdeling (AOA) eventueel naar de operatiekamer gebracht. Op de AOA blijft u maximaal 48 uur. Kliniek Boven (orthopedie) neemt de zorg daarna over, indien nodig. U krijgt een speciaal matras tegen doorliggen. De verpleegkundige vraagt u om gegevens van een contactpersoon, uw woonomstandigheden, medische voorgeschiedenis, uw medicijn gebruik, en in welke mate u tot voor de breuk zelfstandig was.

Het streven is om met ontslag naar huis te gaan. Indien dit niet lukt, kan thuiszorg of een revalidatieplek ingezet worden. Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘Naar Huis’.

Daarnaast vinden de volgende voorbereidingen plaats:

  • U krijgt een infuus, om u van voldoende vocht te voorzien;
  • U blijft nuchter; dit betekent dat u niet mag eten en drinken voor de operatie;
  • U krijgt een operatiejasje aan;
  • Uw bril, gebitsprothese, sieraden, eventuele pruik en eigen kleding mogen niet mee naar de operatiekamer;
  • Uw eventuele gehoorapparaat kunt u inhouden, zodat u kunt reageren als u wordt aangesproken;
  • Uw temperatuur, bloeddruk en hartslag worden opgenomen.
  • De verpleegkundige krijgt bericht wanneer u op de operatiekamer verwacht wordt en brengt u dan naar de voorbereidingskamer.

Operatietechnieken
Afhankelijk van de soort breuk kiest de orthopeed of chirurg voor een bepaalde operatietechniek. Hierbij houdt hij/zij onder andere rekening met de botkwaliteit, de mogelijkheden voor een goede revalidatie, de plaats van de breuk en de complexiteit van de breuk. Er zijn verschillende mogelijkheden (A,B,C,D) bij de verschillende breuken (1,2,3):

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Als uw situatie stabiel is halen verpleegkundigen van de afdeling u op en brengen u terug naar de kamer. U heeft dan nog een infuus en mogelijk een blaaskatheter. Via het infuus krijgt u vocht en een preventief antibioticum. Een verpleegkundige komt regelmatig vragen hoe u zich voelt en controleert uw bloeddruk, polsslag, lichaamstemperatuur, de operatiewond en de hoeveelheid vocht die door de drain wordt afgevoerd. In het geval van een ruggenprik zal de verpleegkundige met u controleren of het gevoel in uw benen terug komt. Afhankelijk van hoe u zich voelt, mag u weer normaal eten.

Pijn
De eerste dagen heeft u pijn aan de heup en de wond. Het is belangrijk voor uw herstel dat u goed en snel weer uit bed komt. Daarom krijgt u pijnstilling. Het is belangrijk dat u goed aangeeft of u pijn heeft. De verpleegkundige gebruikt hiervoor een pijnmeetlat. De verpleegkundige kan dan de juiste pijnstilling geven.

Uit bed
Onder begeleiding van de fysiotherapeut gaat u de dag na de operatie uit bed, in hoeverre u op het geopereerde been mag staan hoort u van de arts. Ook maken we de dag na de operatie een controlefoto. Als de arts heeft bepaald of u op het been mag staan, helpt de fysiotherapeut u om weer te gaan lopen (mobiliseren).

Wondbehandeling
Bij een normaal verloop wordt de wond verbonden met een pleister. Deze wordt de volgende dag verwijderd. Daarna kijken de arts en de verpleegkundige dagelijks de wond na.

Complicaties
Tijdens de opname bestaat de kans op complicaties. Een complicatie is een onbedoelde en ongewenste toestand die nadelig is voor uw gezondheid. Hierdoor is aanpassing van uw behandeling nodig. De volgende complicaties kunnen voorkomen:

  • Wondinfectie: Wanneer de wond niet goed geneest en gaat ontsteken, is het soms nodig om u te behandelen met antibiotica. In zeldzame gevallen is opnieuw een operatie noodzakelijk.
  • Delier: Op oudere leeftijd is er meer kans op het optreden van een delier. Een delier is verwardheid die plotseling optreedt. Dit is tijdelijk. Maar kan enkele uren duren tot enkele dagen of zelfs weken. Een delier wordt altijd veroorzaakt door één of meerdere lichamelijke factoren, zoals ernstig ziek zijn of het ondergaan van een grote operatie. Bij een delier reageert iemand anders dan normaal, denkt soms ergens anders te zijn, ziet, hoort, voelt of ruikt dingen die er niet zijn. Diegene begrijpt soms niet goed wat er gezegd wordt, kan schrikachtig, achterdochtig of boos reageren en kan angstig zijn. Indien nodig wordt de internist ouderengeneeskunde in consult gevraagd.

Medicatie
De arts schrijft na de heupoperatie bloed verdunnende injecties voor. Deze medicijnen voorkomen dat er bloedstolsels gevormd worden in de bloedvaten. U wordt door de verpleegkundige geïnstrueerd en via de informatiefolder ‘Instructie toediening antistolling’. U continueert thuis zelf de voorgeschreven injecties.

Voeding
Voor een goede genezing is het belangrijk dat u goed eet. Wij wegen u eenmaal per week. Als uw lichaam te weinig voedingstoffen krijgt, wordt de diëtist ingeschakeld. Zij zorgt voor extra tussendoortjes en energierijke voeding. Ook uw familie of vrienden kunnen iets extra’s voor u meenemen (er is een koelkast op de afdeling voor levensmiddelen van patiënten). Naast goed eten is drinken ook erg belangrijk. Wij raden u aan minimaal bij iedere maaltijd 2 glazen en tussendoor ook 2 glazen te drinken.

Naar huis
Tijdens uw verblijf wordt samen met u en eventueel uw familie geïnventariseerd welke nazorg er voor u nodig kan zijn. U mag naar huis wanneer de arts klaar is met de medische behandeling. Dit betekent niet dat u al goed kunt lopen. Daarvoor moet u revalideren. In het ziekenhuis bent u daar al mee begonnen. Om te revalideren bestaan verschillende mogelijkheden:

  • Naar huis, met fysiotherapie: Het is goed mogelijk dat u na ongeveer drie dagen in staat bent om weer terug te gaan naar uw oude woonsituatie. De verpleegkundige kan eventueel thuiszorg regelen. U moet dan zelf of in overleg met uw huisarts een fysiotherapeut regelen.
  • Het kan ook mogelijk zijn dat u tijdelijk ergens gaat verblijven, omdat u meer zorg nodig heeft dan in de thuissituatie gegeven kan worden. Of u hiervoor in aanmerking komt wordt door de transferverpleegkundige samen met u onderzocht.
  • Revalideren op een revalidatieafdeling in een verpleeghuis: Het kan ook voorkomen dat u meer tijd nodig hebt om te revalideren voordat u naar huis kunt. Of u hiervoor in aanmerking komt wordt door de transferverpleegkundige samen met u onderzocht. Meer informatie hierover staat in onze folder ‘Zorg na ontslag uit het ziekenhuis’.

Ontslag
Bij ontslag krijgt u een afspraak voor controlebezoek op de polikliniek en eventueel recepten voor medicijnen en/of verbandmiddelen mee. Het ziekenhuis informeert uw huisarts via een brief over uw ontslag. Meer informatie over mantelzorg kunt u vinden op:

U krijgt ook de folder “Adviezen na een heupoperatie” mee naar huis

Problemen, pijn, koorts
Hieronder vindt u een aantal signalen die kunnen duiden op een mogelijke complicatie van uw operatie. Bel uw huisarts als u meent dat er een probleem is of als u last hebt van een van de volgende symptomen:

  • Koorts van 38,5°C of hoger.
  • Abnormale roodheid, warmte of vochtafscheiding van de wond.
  • Meer pijn in uw heup die niet wordt verlicht door pijnstillers.
  • Meer pijn of zwelling van uw kuit.

Vragen?
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neemt u dan contact op met de afdeling Kliniek Boven
(telefoon: 020- 755 7093).

 

Specialismen & afdelingen