Als de bevalling anders gaat dan verwacht

Wij willen u kort iets vertellen over situaties waarin de bevalling anders gaat dan u had verwacht.

Inleiden
Soms duurt de zwangerschap te lang of zijn er andere redenen om er toe over te gaan de bevalling op gang te brengen. Wij spreken dan over het ‘inleiden’ van de bevalling. Een inleiding vindt altijd plaats in het ziekenhuis. Op de dag van de inleiding belt u eerst met de afdeling Verloskunde 020 – 755 7111. Als de inleiding die dag doorgaat, komt u rond 07.45 uur, of op het tijdstip dat met u is afgesproken, op de afdeling. U wordt ontvangen door een verpleegkundige of klinisch verloskundige. Uw hartslag, temperatuur en bloeddruk worden gecontroleerd en er wordt een CTG (hartregistratie van de baby) gemaakt. De klinisch verloskundige of arts doet een inwendig onderzoek.

Afhankelijk van de situatie brengt de arts of klinisch verloskundige een ballonkatheter aan in de baarmoedermond (1) of krijgt u een infuus (2).

  1. De ballonkatheter is bedoeld om de baarmoedermond ‘rijp’ te maken. De opgeblazen ballon aan de top van de katheter zorgt ervoor dat u hormonen maakt. Als de ballon er na ongeveer een dag uit valt kunnen de vliezen gebroken worden en krijgt u een infuus voor het verder inleiden van de bevalling.
  2. Via het infuus krijgt u medicijnen die de weeën op gang brengen. Deze medicijnen werken het beste als de vliezen gebroken zijn. Daarom zal de arts of klinisch verloskundige eze tijdens een inwendig onderzoek proberen te breken.

Na het starten van de inleiding is het verloop van de bevalling in principe niet anders dan bij een ‘gewone’ bevalling. Het infuus houdt u in tot na de geboorte van de placenta.

Stuitligging
Wanneer de baby in stuitligging ligt, kiest u in overleg met de gynaecoloog voor een vaginale bevalling of een keizersnede. Een vaginale bevalling bij een stuitligging moet in het ziekenhuis plaatsvinden. De bevalling kan namelijk moeilijker en trager verlopen dan wanneer het hoofdje het eerst wordt geboren. 

Bij een bevalling in stuitligging geldt:

  • Er wordt een dwarsbed gemaakt (verkort bed, benen in beensteunen).
  • U wordt gekatheteriseerd (plaatsen van slangetje in de blaas om urine af te laten lopen).
  • U wordt zo nodig ingeknipt onder plaatselijke verdoving.

Op het allerlaatste moment drukt de verpleegkundige, verloskundige of arts vaak vlak boven het schaambeen mee. Op die manier kan de baby gemakkelijker geboren worden.

Als alles zonder complicaties verloopt, kunt u met uw baby de volgende dag weer naar huis.

Vaginale kunstverlossingen
Het kan gebeuren dat er hulp nodig is om de baby geboren te laten worden. Hulp is nodig als de bevalling zo lang duurt dat de gezondheid van moeder of kind gevaar loopt. De bevalling wordt dan bespoedigd met behulp van de vacuümpomp of de tang. Deze ingrepen worden verricht onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog. Bij een vacuümverlossing (vacuümextractie) plaatst de arts of klinisch verloskundige een zuignapje op het hoofdje van de baby. Bij een tangverlossing (forcipale extractie) plaatst de gynaecoloog twee ‘lepels’ om het hoofdje. Nadat de vacuümcup zich heeft vastgezogen of de lepels om het hoofdje zijn geplaatst, trekt de arts tijdens een aantal weeën mee (terwijl u zelf blijft persen) om de baby geboren te laten worden. Soms drukt de verpleegkundige of verloskundige op uw buik om de kracht van de wee te versterken.

Bij een vaginale kunstverlossing geldt:

  • Er wordt een dwarsbed gemaakt (verkort bed, benen in beensteunen).
  • U wordt gekatheteriseerd (plaatsen van slangetje in de blaas om urine af te laten lopen).
  • U wordt zo nodig ingeknipt onder plaatselijke verdoving. Als alles zonder complicaties verloopt, kunt u met uw baby de volgende dag weer naar huis. Soms is het nodig dat de kinderarts de baby onderzoekt, of dat de baby wordt opgenomen op de couveusekamer.

Keizersnede
Als u van tevoren weet dat uw baby via een keizersnede geboren zal worden, vindt er voor de operatie een intakegesprek plaats op de Polikliniek Anesthesie. Tijdens dit gesprek wordt gevraagd naar uw algehele gezondheid, contactpersonen, medicijngebruik, overgevoeligheid en dieet. Ook krijgt u uitleg over de gang van zaken. De dag van de operatie komt u 2 uur van tevoren op de afdeling en volgt de voorbereiding tot de keizersnede.

Het kan echter ook zijn dat er plotseling wordt besloten tot een keizersnede omdat de toestand van moeder en / of kind dat noodzakelijk maakt en er geen andere oplossing is. Er moeten dan in korte tijd veel handelingen worden verricht, om u klaar te maken voor de operatie.
Een keizersnede vindt meestal onder plaatselijke verdoving (ruggenprik) plaats. Bij deze vorm van verdoving wordt alleen het onderlichaam verdoofd. U blijft daardoor wakker en u kunt het moment van de geboorte bewust meemaken.
Soms is het echter noodzakelijk dat u onder algehele narcose wordt gebracht. U krijgt altijd een infuus en een blaaskatheter in. Uw partner kan mee naar de operatiekamer.

Een van de OK-assistenten kan, als u dit wenst, foto’s maken. De verpleegkundige van de kraamafdeling gaat mee om uw baby ‘op te vangen’. Zij brengt de baby direct na de geboorte naar de ‘opstarttafel’, waar de kinderarts klaarstaat om de baby te onderzoeken. Als alles goed is met de baby kunnen u en uw partner uw baby nog even zien en aanraken voordat deze per couveuse naar de afdeling gaat.

De kinderarts bepaalt of de baby naar de kraamafdeling of naar de couveusekamer gaat. U blijft op de operatiekamer, omdat uw operatiewond nog gesloten moet worden. Dat duurt ongeveer 30 minuten. Uw partner gaat meestal met de baby mee naar de afdeling. Overdag gaat u na de keizersnede nog naar de uitslaapkamer. ’s Avonds en ’s nachts komt u direct weer op de kraamafdeling als uw toestand stabiel is. U krijgt zo snel mogelijk de gelegenheid uw kindje te zien en zo mogelijk vast te houden.

Na verdoving door middel van een ruggenprik blijft u na de operatie een aantal uur plat liggen. U zult merken dat uw benen tijdelijk gevoelloos zijn. De dag na de keizersnede begint u voorzichtig met eten en kunt u uit bed. In het begin kunt u zich bij het opstaan nog wat slap en duizelig voelen. Geleidelijk aan zult u zich echter steeds beter voelen. Meestal kunt u de vierde of vijfde dag na de operatie met de baby naar huis.