Borstsparende operatie altijd volgens nieuwste echogeleide techniek

Echogeleide chirurgische technieken zijn beter dan de standaardmethode voor borstsparende operaties. Met de echogeleide techniek blijft maar in 3 procent van de gevallen tumorweefsel achter in de borst, terwijl dit met de standaardtechniek bij 17 procent van de patiënten gebeurt. Dit blijkt uit de dissertatie van radioloog in opleiding Max Haloua die op 25 februari promoveerde aan de VU.

Na een borstsparende operatie blijft in 20-40 procent van de gevallen tumorweefsel achter (irradicale resectie). Vrouwen krijgen dan extra radiotherapie, moeten opnieuw worden geopereerd, en soms alsnog een borstamputatie ondergaan.

Echogeleide borstsparende operaties leiden tot een beter cosmetisch resultaat en meer patiënttevredenheid.  Geen onbelangrijk gegeven, in de wetenschap dat momenteel 40 procent van de patiënten het resultaat cosmetisch slecht vindt.

Door de echogeleide techniek in heel Nederland toe te passen kunnen we minstens 1 miljoen euro per jaar besparen, becijfert Haloua, doordat minder vervolgoperaties en minder extra radiotherapie nodig zijn.

In Annals of Surgical Oncology is onlangs geopperd om van echogeleide borstsparende operaties voor borstkanker de gouden standaard te maken.

In VUmc is in 2010 deze techniek ontwikkeld. Uiteraard worden alle patienten in Centrum voor borstkanker-zorg VUmc en Ziekenhuis Amstelland indien mogelijk met deze techniek geopereerd.