Weefselonderzoek uitslag (bij borstonderzoek)
Weefsels, of het nu om cellen gaat bij een punctie of het weefsel verkregen bij een biopsie of operatie, worden na bewerking (o.a. kleuringen en immunohistochemie) nagekeken op het pathologisch laboratorium door een patholoog-anatoom. Een patholoog-anatoom is een arts die is opgeleid in het bestuderen van (afwijkende) cellen om zo uiteindelijk tot een diagnose te komen.
Wanneer een chirurg een operatie heeft uitgevoerd aan de borst en/of oksel wordt dit weefsel door een patholoog anatoom beoordeeld op de schildwachtklier (oksel) en borsttumor.
Schildwachtklier(oksel)
De aanwezigheid van tumorcellen, zoals herkend in de borsttumor, wordt nauwkeurig bekeken. Hierna wordt er onderscheid gemaakt in:
- submicrometastase (< 0,2 mm);
- micrometastase (0,2 - 2,0 mm);
- macrometastase (> 2,0 mm).
Van een micro- en macrometastase is inmiddels voldoende bekend dat deze aanvullende behandeling behoeven. De chirurg kan kiezen voor een okselklieroperatie of bestraling van de oksel. Veelal vindt er daarna ook aanvullende behandeling plaats in de vorm van chemotherapie en/of hormonale therapie.
Borsttumor
Bij onderzoek van de borsttumor wordt gekeken naar:
- de diameter van de tumor;
- de differentiatiegraad (Bloom-Richardson graad I-III);
- de aanwezigheid van receptoren: oestrogeen-, progesteron- en Her2/Neu-receptoren;
- de radicaliteit van de verwijderde tumor, dat wil zeggen de mate waarin de tumor wordt omgeven door gezond borstklierweefsel.
Differentiatiegraad en/of Bloom-Richardson-classificatie:
- Gx - de differentiatiegraad kan niet goed worden bepaald;
- G1 - goed gedifferentieerd. De tumorcellen lijken nog het meeste op de oorspronkelijke cellen.
- G2 - matig gedifferentieerd. De cellen hebben een structuur die nog deels lijkt op die van normale borstkliercellen.
- G3 - slecht gedifferentieerd. De cellen hebben hun oorspronkelijke structuur volledig verloren.
De agressiviteitgraad van de tumorcellen neemt toe met het oplopen in getal.
Receptoren zijn ontvangers gelokaliseerd op de buitenkant van een cel. Door hechting van bijvoorbeeld hormonen op deze receptoren kan een cel geremd of juist gestimuleerd worden.
Wanneer er hormoonreceptoren zijn aangetroffen op de tumorcellen kan dit een gunstig effect hebben op uw prognose, aangezien deze tumoren met medicijnen (hormonale therapie – Tamoxifen of een aromaraseremmer) goed behandeld kunnen worden. Gemiddeld zien we bij 65 procent van de patiënten met borstkanker een hormoonreceptorgevoeligheid. Bij jonge vrouwen is dit percentage over het algemeen lager en bij oudere vrouwen juist hoger.
Her2/Neu is een receptor die in verschillende aantallen kan voorkomen op de buitenkant van een borstkankercel. Wanneer er sprake is van een zeer groot aantal Her2/Neu receptoren op een cel noemen we dit een Her2/Neu-positiviteit. Tumoren met dit kenmerk zijn vaak agressiever en geven dus een slechtere prognose. De laatste jaren bestaat er voor deze tumoren een medicijn (Herceptin of trastuzumab) dat deze functie blokkeert.
Behandeling naar aanleiding van uitslag
De diameter van de tumor, de differentiatiegraad en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de schildwachtklier bepalen of er aanvullende lokale behandeling (bestraling) of systemische behandeling (chemotherapie of hormonale therapie) moet volgen op een operatieve ingreep. In sommige gevallen kan er gekozen worden voor een systemische behandeling voorafgaand aan een chirurgische behandeling. Dit wordt neo-adjuvante chemotherapiegenoemd.
Afspraak maken
Mammapoli
Via het digitale afsprakenformulier op deze website.
Of via telefoonnummer: 020 - 755 7014.
Contact
Mammapoli
Mammacareverpleegkundige: 020 - 755 6023
Nurse practitioner: 020 - 755 6026
Bij afwezigheid kunt u een boodschap op het antwoordapparaat inspreken.
Locatie: Polikliniek Chirurgie, kamer 113
Specialisten en medewerkers
![]() |
dr. C.J. van Groeningen internist / oncoloog |
![]() |
dr. G.J. Timmers internist / hematoloog |


