Historie
In 1968 kreeg Amstelveen een ziekenhuis: het Nicolaas Tulp Ziekenhuis met 180 bedden. De overheid keurde in 1972 het voornemen af om ook een ziekenhuis in Uithoorn te stichten omdat zij de voorkeur gaf aan uitbreiding van het ziekenhuis in Amstelveen tot een groot regionaal ziekenhuis voor de regio Amstelland.
Fusie
De fusiepartner die nodig was om te kunnen groeien, werd gevonden in de CIZ, de Centrale Israelietische Ziekenverpleging. De CIZ was het enige joodse ziekenhuis in Amsterdam dat na de oorlog was overgebleven. Na de fusie ontstond in 1978 Ziekenhuis Amstelveen met 255 bedden. Gedurende 27 jaar heeft het ziekenhuis bekend gestaan onder deze naam. Door de toename van het aantal poliklinische behandelingen en dagbehandelingen, blijft het aantal bedden van het huidige Ziekenhuis Amstelland ondanks de toegenomen ruimte door de nieuwbouw, gehandhaafd op 255.
Ziekenhuis van de gemeenschap
In 1965 wilden de inwoners een ziekenhuis in de uitdijende groeikern Amstelveen en brachten via een inzamelingsactie 400.000 gulden bijeen. Op het toenmalige Plein 1960, waar nu het Stadshart is, stond een metershoge thermometer om de stand van de actie bij te houden. Daarna besloot het Rijk erkenning te verlenen en gaf toestemming voor de financiering van het aanvullende bedrag voor de stichting van een ziekenhuis, elf miljoen gulden totaal. Vanwege de fusie met de CIZ in 1978 werd aan het gebouw een vleugel toegevoegd waarin de kosjere keuken, de Ontmoetingsruimte en op de eerste verdieping de Joodse verpleegafdelingen werden gehuisvest.
Licht, lucht en ruimte
In 1993 werd een vleugel voor dagverpleging aangebouwd. In 1995 en 1996 werden de verpleegafdelingen Interne Beneden en Chirurgie Beneden gerenoveerd. Het gebouw behoudt zijn paviljoenstructuur. Pas met de huidige nieuwbouw gaat Ziekenhuis Amstelland de hoogte in. In het te renoveren deel wordt het oorspronkelijke idee van licht en ruimte hersteld.
